De AFM, het boekje en de bocht….

Verkleind 2Pensioen is een sociale regeling zei CDA-kamerlid Pieter Omtzigt laatst. En zo is het maar net. En een sociale regeling kenmerkt zich door het feit dat de groep zorgt voor de mensen die het nodig hebben. En dat je niet kunt zeggen ‘dat is mijn geld’. En dat je ook niet kunt zeggen ‘ik heb er zoveel in gestopt dus moet ik er (in euro’s) ook zoveel aan terug krijgen’. Met dit in het achterhoofd verbaas ik me regelmatig over de pleidooien van mensen uit de pensioenwereld die pleiten voor een individueel pensioenpotje. Vaak pleidooien van hoog opgeleide mensen die dagelijks met geldzaken bezig zijn. Nu gaan ook soortgelijke mensen van DNB dat roepen. Maar het meest verbijsterd was ik het interview met Merel van Vroonhoven in De Telegraaf van 24 juni jl. Zij pleit ervoor om het pensioen volledig te individualiseren. En ook te incorporeren in de financiële planning van de consument. ‘Als je tijdelijk voor je hypotheek wat meer geld wil besteden doe je iets minder aan pensioen’. Worden hierbij alle gedragswetenschappelijke onderzoeken van de laatste jaren overboord gegooid? De ‘financieel bewusteloze consument’ is daar helemaal niet mee gediend. Als we die kant op gaan, gaan we naar een kille samenleving waarin we niet gek moeten opkijken als straks senioren gewoon moeten werken om nog een beetje te kunnen leven. Omdat ze te weinig gespaard hebben.  En gaat de AFM dan achteraf zeggen: “ja, had maar je niet zo dom moeten doen, meneer mevrouw”? Nee, met dit pleidooi vliegen mevrouw Van Vroonhoven én de AFM volledig uit de bocht en gaan hun boekje ver te buiten!

De mens is een sociaal dier. Al eeuwenlang zorgt men met elkaar voor voedsel, kleding, bewoning, medische zorg, vervoer, voor nageslacht en verder voor overige zaken die het leven leuk maken. Dat doen we door dingen met elkaar te ruilen. En daarvoor is geld uitgevonden. Zeker sinds de industriële revolutie werken we voor bazen en/of opdrachtgevers. Door die beloning kunnen we ‘naar de bakker’. (De minderheid met voldoende vermogen, die die ‘beloning’ hiervoor niet nodig hebben, daar gelaten). En we zullen tot het einde van ons leven geld nodig blijven hebben.

De meeste mensen leven naar wat ze aan geld binnen krijgen. Met zicht op de korte termijn. Ik hoor nog Margriet Sitskoorn (neuropsycholoog) zeggen dat ons brein er nu eenmaal niet op gericht is om over de langere termijn na te denken. En daarom, zei ze, is het verstandig dat anderen de verantwoordelijkheid nemen voor de noodzakelijke pecunia van ‘te zijner tijd’. Sommigen noemen dat paternalisme. Ik noem dat maternalisme. En daarvoor hebben we een prachtig pensioensysteem ontwikkeld. Deels omslag- deels kapitaaldekkingsstelsel.

Natuurlijk ben ik niet blind voor de veranderingen in de afgelopen decennia. Geen life-time employment meer. Zeer langdurig relaties zijn in de minderheid. Dus ja, we moeten nadenken over tot welke groep we behoren waarvoor wij zorgen en die voor ons zorgt. En ja, we moeten nadenken over tot hoever we leunen op de groep en wanneer het over gaat in ‘eigen zorg’. Maar dat een groep het beste de tegen- én meevallers kan opvangen is een gegeven. Zeker actuarissen moeten mevrouw Van Vroonhoven kunnen voorrekenen dat het delen van risico’s toch echt het beste als groep kan. En niet in je eentje.

Mevrouw van Vroonhoven zou eens beter op hebben moeten letten wat er de afgelopen jaren gebeurd is met de mensen die al in het door haar gewenste systeem zitten. De mensen die bij de commerciële verzekeraars op hun pensioendatum een kapitaal krijgen en (door niemand meer geholpen) een deal moeten maken met die verzekeraar over de uitkeringen. Die te horen hebben gekregen dat hun pensioen lager wordt dan steeds was gezegd. En niet 0,5% tot 6,0%,. Nee, 30% tot 50% lager! En voor de rest van hun leven gebonden aan die verzekeraar en zo’n ‘keurslijfpensioen’. Zou mevrouw Van Vroonhoven hebben opgelet dan had zij al lang de commerciële verzekeraars de duimschroeven aan hebben moeten draaien om snel mee te werken aan oplossingen. Zeker toen de overheid een ‘time-out’ voorstelde door middel van de ‘pensioenknip’. Die vervolgens door verzekeraars volledig werd gesaboteerd. En waar de AFM nauwelijks de guts voor had om daar iets van te zeggen.

Dat is nog eens iets anders dan de bijna gepensioneerde ambtenaar van wie ik laatst zijn UPO’s van de laatste tien jaar heb mogen zien. Die krijgt straks gewoon wat hem al tien jaar geleden beloofd werd. Natuurlijk, niet geïndexeerd en binnenkort wellicht gekort met een half procent. Maar om dát nou ‘een illusie’ te noemen, zoals Mevrouw Van Vroonhoven deed….

Daarom een oproep aan Merel van Vroonhoven (en de rest van de AFM): Blijf binnen je boekje. Doe wat je moet doen en waarvoor je zo’n tien jaar geleden in het leven bent geroepen. Om de consument te beschermen tegen al te wellustige financials. En niet om hem in het moeras te trekken.

 

Pensioenstelsel: aanpassing niet de oplossing

Alec profielfoto kleur kleinNu pensioen een hot item is geworden voor politiek en media en opnieuw afstempelen dreigt zien we steeds meer oproepen om ons pensioenstelsel maar snel te veranderen. Er wordt gesuggereerd dat dat een verbetering zou geven in de transparantie, de tekorten zou wegblazen of zelfs kortingen zou voorkomen. Actuaris Alec Balledux reageerde op zo’n oproep in de Telegraaf om de politiek maar snel te laten ingrijpen.

“Door links te gaan rijden lossen we het fileprobleem niet op en door van pensioensysteem te veranderen lossen we de papieren pensioentekorten of de lage rentestanden niet op. Elk pensioensysteem heeft last van lage veronderstelde toekomstige rentes. De nuchtere waarheid is dat als we in deze tijden van idioot lage rentes van pensioensysteem veranderen, de ouderen sterk worden benadeeld en niet alleen direct 10-15% gekort worden maar ook een te lage individuele pensioenpot meekrijgen. Voor deelnemers heeft een overgang op het nieuwe stelsel ook nog als nadeel dat ze 50% minder pensioen op zullen bouwen als het fiscale stelsel niet wordt gemoderniseerd. Maar daar wordt door de overheid met geen woord over gerept. Bovendien maskeren die nieuwe stelsels het probleem (dat blijft bestaan) en leggen het renterisico bij de deelnemer. Kortom, een stelselaanpassing nu is voor verreweg de meeste deelnemers aan pensioenregelingen sterk nadelig.

De nuchtere conclusie is dat het vooralsnog juist beslist niet opportuun is om van pensioensysteem te veranderen. Daarvoor dienen eerst de dekkingsgraden en de rentestanden te zijn hersteld en adequate aanpassingen aan het fiscale stelsel te zijn gedaan.”

Het Einde van Rendementdenken

Marc-Simon-VisserVorig jaar konden jullie in onze nieuwsbrief lezen over het idee voor pensioen in coöperatief verband. Dit idee is inmiddels verder uitgewerkt in het Initiatief “SamenLeven”.  SamenLeven krijgt vorm in regionale coöperaties en wordt gevormd door ZZP-ers en kleine ondernemers die gezamenlijk een inkomensvoorziening voor later willen vormen. SamenLeven wordt een verbindende kracht in de regio. Bij het doen van investeringen is het uitgangspunt de (regionale) reële economie. Dit betekent investeren in zichtbare en tastbare objecten zoals (coöperatieve) woon/zorgcombinaties, wind- en zonne-energie, voedselbossen of regionale infrastructuur. Hierdoor krijgt de deelnemer aan SamenLeven een sterkere binding met zijn directe omgeving en de mogelijkheid om door het maken van gezamenlijke keuzes de gewenste regionale ontwikkelingen in gang te zetten. SamenLeven vertaalt op deze manier de eisen en wensen die gesteld worden aan de eigen leefomgeving door naar concrete projecten. Dit sluit naadloos aan bij de steeds grotere behoefte van burgers om betrokken te worden en medebeslisser te zijn in hun regio.

Eén van de initiatiefnemers van SamenLeven is actuaris Marc Simon Visser. Geïnspireerd door het eigen initiatief en geprikkeld door een presentatie op een congres schreef hij het volgende artikel.

Cliché-Papier

WC papierActuarissen moeten meer met accountants optrekken, zij moeten vaker met de buitenwereld communiceren over hun vak, en zij moeten het risico management binnen een verzekeraar vorm geven. Verder dienen zij zich ethisch te gedragen en is er een heuse gedragscode ontworpen om dit alles in goede banen te leiden. Er wordt veel van de actuaris verwacht…

Wat al deze doelen gemeenschappelijk hebben? Ze focussen allemaal op mooie vergezichten, diep doordachte visies, waar eigenlijk niemand het mee oneens zal zijn. Zoals de voedingsexpert die mensen ieder jaar oproept om gezonder te eten, zoals de sport instructeur die mensen aanspoort meer te bewegen en de pastoor die mensen bemoedigt deugdzaam te leven. Allen met hele goede intenties, alleen lastig meetbaar en vol te houden: hoeveel mensen starten het jaar niet met goede voornemens om gezonder te eten, totdat carnaval/BBQ seizoen/vakanties eraan komen? Hoeveel mensen nemen in januari niet een gym membership om vervolgens in maart iedere avond thuis op de bank naar de tv te kijken? Hoeveel mensen gaan niet iedere week naar de kerk, om vervolgens de rest van de week alles te doen wat god net verboden heeft?

Visie zonder praktische implementatie werkt niet.

Alle goede voornemens ten spijt, mensen hebben zowel een wortel als stok nodig om in beweging te komen. Daarom werkt sporten met vrienden of fitness clubs die groepslessen aanbieden ook vaak een stuk beter dan de aankoop van een sportmachine die vervolgens op zolder staat weg te kwijnen.

Helaas is er binnen de Nederlandse actuariële wereld een overschot aan visie, en een gebrek aan implementatie. De actuaris dient aan tal van vereisten te voldoen, maar meetbare doelstellingen om succes te toetsen zijn hierbij vergeten. Alhoewel de meesten van ons tijdens onze studies zijn doodgegooid met het begrip SMART (een moeilijke afkorting voor “meten is weten”), wordt het begrip nog maar weinig toegepast in de actuariële wereld. Hierdoor komen de claims dat actuarissen op al deze gebieden uitblinken nogal ongeloofwaardig over. De meeste actuariële artikelen staan helaas vol met clichés, die aardig klinken op papier, maar waar in praktijk weinig mee gebeurt.

Dat het ook anders kan, bewijst de Engelse actuariële vereniging: de meeste bijeenkomsten zijn gratis, en er zijn talrijke werkgroepen die regelmatig onderzoeksrapporten publiceren. Dat maakt niet alleen kennisoverdracht en kennis vergroting een stuk makkelijker, maar geeft ook een duidelijk aantoonbare onderbouwing waarom Engelse actuarissen weten waar ze het over hebben (lees de rapporten en onderzoeken maar!). Weinig focus op visie, maar des te meer implementatie…

De Nederlandse actuariële wereld is nog niet zo ver, en op zich is dat geen schande: de vereniging is in vergelijking met die van Engeland een stuk kleiner, en er bestaat nog geen onderzoek cultuur. Echter, met de nieuwe lichting actuarissen die er nu aankomt, kan die onderzoek cultuur nu van start gaan, met de daarbij horende SMART doelstellingen. Het zou namelijk zonde zijn als de Nederlandse actuaris blijft hangen in mooie vergezichten:

Dilbert

De tijd van rekensommetjes voorbij

RekensommenColumbus zeilde naar Indië om uiteindelijk America te ontdekken. De meeste actuarissen starten hun actuariaat opleiding vanwege de wiskundige insteek om er uiteindelijk achter te komen dat wiskunde steeds meer op de achtergrond verdwijnt. De opleidingsstructuur reflecteert die insteek: je begint als actuarieel rekenaar, daarna actuarieel analist, en pas dan bereik je het summum: actuaris. Rekenaar is kennelijk het amateurvoetbal van actuarissen. In verschillende interviews laten actuarissen het niet na om te benadrukken dat de tijd van rekensommetjes tijden achter hen ligt, en dat nu advies, risicomanagement, en strategie hun terreinen zijn.

Waar komt die schaamte voor rekenen vandaan?

Het klinkt natuurlijk erg verleidelijk: het actuariële vakgebied heeft zich ontwikkeld van een gezelschap introverte, bijna autistische mannen naar een extraverte, communicatief sterkte organisatie die midden in de samenleving staat. De tijd van Neanderthalers is voorbij, en de beschaving heeft zijn intrede gedaan. De actuariële verenigingen weerspiegelen dit: permanente educatie bijeenkomsten gaan zelden over wiskunde en modellen, en de actuariële bladen geven meer ruimte aan opinie dan aan technische analyse.

Dat is jammer. Het pure rekenwerk heeft namelijk een aspect wat een theoretische analyse niet meeneemt, het kan namelijk de onderliggende complexiteit blootleggen. Veel pensioenfondsen gaan er prat op dat zij een Asset Liability Management (ALM) studie verrichten en hun beleggingen hierdoor hedgen met hun verplichtingen. Een prachtig verhaal. Probleem was dat de meeste bestuurders zich niet hadden verdiept in de rekenmethodes, de onderliggende aannames, en de verbanden tussen de aannames. De meeste beleggingen, en hedges werkten hierdoor goed onder normale marktomstandigheden. Als er dingen erg mis gaan dan komen opeens allerlei andere aspecten op de voorgrond: onenigheden over de interpretatie van contracten bijvoorbeeld. ABP ondervond dit aan den lijve met hun investering in Merrill Lynch.

Juist het rekenwerk legt de kwetsbaarheid van aannames bloot. Een theoretisch correct verhaal, kan praktisch onmogelijk blijken omdat het teveel afhangt van aannames die niet kloppen of lastig zijn uit te leggen. Een “saai” pensioenfonds dat alleen in aandelen en obligaties belegt, had in 2008 nog weg kunnen komen met het excuus dat de markten erg tegenzaten. Een pensioenfonds dat zijn risico’s “goed had afgedekt” met derivaten en alternatieve beleggingen, had een lastiger verhaal toen zij moesten toegeven dat zij hun beleggingen eigenlijk ook niet snapten. Een eenvoudige blik in de wiskundige modellen van dat laatste fonds, had waarschijnlijk snel opgeleverd dat het te lastig was om te doorgronden, en hiermee ook uit te leggen en verantwoording over af te leggen.

Met de introductie van Solvency II heeft de actuariële professie een enorme stap gezet in het inschatten van risico’s. In plaats van prudentie als uitgangspunt te nemen, kijken wij nu naar extreme uitkomsten wat ons bewuster maakt wat er allemaal fout kan gaan als dingen echt tegenzitten. Zoals Keynes al zei:  “It is better to be roughly right than precisely wrong”. Echter, om risico’s goed in te schatten, en naar het publiek uit te leggen, hebben wij up-to-date kennis nodig van IT systemen en rekentechnieken en zal ook de ervaren actuaris zich opnieuw over de sommetjes moeten buigen.

Actuariële PensioenCrommunicatie

Opteltechniek 3x2U realiseert het zich misschien nog niet, maar een nieuw vakgebied voor actuarissen is geboren:

Actuariële Opteltechniek

Sta mij toe dat ik u als recent verongelukt docent op dit nieuwe vakgebied, alvast inwijdt in de sacrale actuariële wereld van complexe Optel-algoritmes. Dit nieuwe interessante domein verenigt alle mogelijke actuariële expertises: Leven, Schade, Beleggingen en Risicomanagement. Voor actuarissen van de oude stempel geldt op voorhand een extra waarschuwing: commutatietekens zijn wat anders dan communicatietekens!

Maar laat ik vooraan beginnen bij de wortels waarin dit nieuwe vakgebied is ontstaan:

Het Indexatielabel

Voor diegenen die – net als ik – ‘happy schizofreen’ door het leven gaan omdat zij de negatieve gebeurtenissen uit hun leven permanent uit de hun geheugen wissen, even een korte opfriscursus.

In de Pensioenwet 2007 was bepaald dat de informatie over de toeslagverlening moest plaatsvinden via een kwalitatieve en beeldende maatstaf, het zogenaamde indexatielabel.
Meteen werd er gestart om het concept uit te werken met gerenommeerde wetenschappelijke bureaus en communicatie experts van het eerste uur.

Na een eerste complete mislukte communicatietest op basis van Zeilbootjes, werd uiteindelijk het zogenaamde ‘Muntjes-concept’ ontwikkeld en in de jaren daarna deels ingevoerd. Nadat in 2010 mijn toen 77-jarige moeder me na drie muntjes-uitlegpogingen gerust had gesteld met de woorden: “Ach jongen, ik snap het toch niet, regel jij het maar”, verwees begin 2011 minister Kamp, mede op aangeven van de AFM, het Indexatielabelfiasco definitief naar de plaats waar het hoorde: de prullenbak.

‘Lessons learned’ zou je zeggen! Maar nee, anno 2014 verschijnt daar onomfloerst de

Wet Pensioencommunicatie (WPC)

Wie op de consultatie-internetsite door de 49 merendeels applaus-reacties van bureaus die van deze Wet moeten eten, heenkijkt, komt alras tot de conclusie dat de werkgelegenheid voor actuarissen de komende decennia volledig gegarandeerd is.

Met wat wettelijke halfcitaten zal ik u proberen mee te nemen in de hoofdlijnen van de WPC en de bijbehorende Memorie van Toelichting (MvT)

Doelstellingen Wet pensioencommunicatie
Kern van de Wet is dat de pensioendeelnemer weet hoeveel pensioen hij kan verwachten, én kan nagaan of dat voldoende is én zich bewust is van de risico’s van de pensioenvoorziening.

Kijk!.., dat zijn nog eens ambitieuze doelstellingen die ons vakgebied als actuaris in de picture zetten. In doelstelling I, hoeveel pensioen, blinken we met zekerheid al jaren uit. Doelstelling II, of het pensioen voldoende is, kan iedere Nederlander makkelijk zelf vaststellen en beoefenen we als actuarissen al jaren op feestjes en partijtjes. En voor doelstelling III volgen we gewoon een omscholingscursus, want we zijn opgegroeid met zekerheid en niet om deelnemers bang te maken. Als we dan ook nog wettelijk gedwongen worden om grafisch uit te leggen dat de pensioenzekerheid van een 20-jarige met een nominaal pensioen van 20.000 euro (Verwacht) varieert tussen de 10.000 euro (Pessimistisch) en de 40.000 euro (Optimistisch), dan gaat dat laatste zeker lukken. Overigens, na deze risico-bewustzijnsfase van deelnemers zal ongetwijfeld een opstandfase volgen, mogelijk gevolgd door een onverhoopte revolutionaire ontmanteling van ons solidaire pensioensysteem.

Voor het zover is, volgt eerst de Gouden Eeuw van de Actuaris.

Uniforme Rekenmethodiek
In de MvT is namelijk geregeld dat in het pensioenregister de koopkracht en risico’s voor de deelnemer persoonlijk zichtbaar worden aan de hand van drie scenario’s: een optimistisch, een verwacht en pessimistisch scenario. Ik citeer: “Hiervoor is het van belang dat er een uniforme rekenmethodiek wordt ontwikkeld om de koopkracht en risico’s weer te geven en er goed beeldmateriaal en begrijpelijke teksten zijn om de boodschap bij de deelnemer over te brengen”.

Op grond van deze tekst zal het vak van de ‘Actuariële Opteltechniek’ zich verder ontwikkelen. Want als geen ander kunnen wij voor zo’n 7 miljoen werkenden, slapers en gepensioneerden 95%-gebied-Waaiers (sommigen noemen ze ‘Kegels’) van grafische prognoses ontwikkelen die een optelsom zijn van verschillende pensioenen die een deelnemer in zijn leven opbouwt.

Zo geven we mijnheer Jansen inzicht in de prognosesom van zijn AOW, zijn slapende DB regeling met 50% indexatie ambitie waarop hij net is gekort, zijn premievrije DC-regeling uit een vorig dienstverband, zijn kapitaalsverzekering met pensioenclausule, alsmede zijn allernieuwste PPI pensioenpolis op basis van zijn huidige parttime dienstverband.

Oh ja, en dat tellen we dan in het Pensioenregister allemaal even consistent op in een verwacht, optimistisch en pessimistisch scenario. Gelukkig zijn we nog niet klaar als actuarissen, want die pensioeninkomen-optelsom maken we dan ook nog even voor een aantal mogelijk belangrijke gebeurtenissen in het leven van mijnheer Jansen. We noemen er vanwege het gebrek aan actuariële werkgelegenheid alvast een paar: scheiden, arbeidsongeschiktheid, overlijden van de deelnemer of zijn partner en ‘werkloos worden’. In alle gevallen geven we dan in de zijlijn ook nog even aan wat de te nemen maatregelen zijn…. Nu maar hopen dat mijnheer Jansen voor de volledigheid ook nog een hoog-laag variant wil zien en overweegt om met deeltijdpensioen te gaan, anders is het actuarieel gezien toch nauwelijks interessant te noemen.

Om ook op de lange termijn niet verstoken te blijven van actuarieel werk wordt in de MvT opgemerkt dat ook andere dan pensioen-inkomenscomponenten van belang kunnen zijn. Daarvoor moet dan maar een financieel adviseur worden geraadpleegd. De realisatie hiervan valt echter buiten de reikwijdte van dit wetsvoorstel. Gelukkig maar…, ik vroeg me net al af wat ik met de bankspaarpolis en de drie lijfrentepolissen met verschillende expiratiedata van mijnheer Jansen moest doen. Of met zijn niet onaanzienlijke bank- en beleggingsrekening. Om maar niet te spreken over zijn Belgische villa waar inmiddels beslag op ligt en zijn tweede huis op Curaçao dat hij maar niet verkocht krijgt.

Cursus Actuariële Opteltechniek
Tenslotte, mocht u ondertussen interesse hebben gekregen voor de cursus Actuariële Opteltechniek, meld u dan aan. De cursuskosten bedragen slechts € 800 p.p. voor een inhouse dagtraining. Cursisten die een adequate onderbouwde schatting kunnen maken van het aantal mogelijke crommunicatie-combinaties als gevolg van de nieuwe Wet Pensioencommunicatie, kunnen gratis deelnemen. Gelieve uw inzendingen kenbaar te maken op de LinkedIn site van het Actuarieel Genootschap.

Lang leve de Wet PensioenCrommunicatie! – Succes met optellen!

Wij van WC eend adviseren…

WC Eend 3x2Ik heb al langere tijd zo mijn twijfels over het functioneren van onze constitutionele monarchie. Helaas begint de houdbaarheid van ons pensioenstelstel steeds meer trekjes te krijgen van onze staatsvorm. Discussies over de rol van de monarchie lopen meestal vast op emoties als “nationaal bewustzijn”, “binding”, en in het ergste geval wordt zelfs beweerd dat het vanuit economisch oogpunt voordelig is om een monarchie te hebben (helaas is hierover geen cijfermateriaal beschikbaar!). En als je al een volharde monarchist ervan overtuigt dat onze huidige staatsvorm niet overeenkomt met basale democratische principes, dan volgt al snel het antwoord “Maar het gaat toch prima zo?”. En het laatste dat een nuchtere Hollander wil, is zijn kostbare tijd verspillen aan dingen die toch wel zijn gangetje gaan…

Een soortgelijke situatie heeft zich decennia lang voorgedaan in de Nederlandse pensioenwereld: volgens “experts” (met name mensen die in die wereld hun brood verdienen) was ons stelsel het beste van de wereld en ieder voorstel om het structureel te hervormen werd afgedaan als onnodig en vooral onrustgevend voor de deelnemers. De pensioenwereld richtte zich daarom liever op correcte rekenmethodiek en avontuurlijke beleggingstrategieën dan zich af te vragen hoe wenselijk de verplichte afdracht van huidig salaris voor een onzeker toekomstig pensioen voor de deelnemers zelf is.

Echter de tegenvallende marktresultaten toonden aan dat ook pensioenfondsen niet onfeilbaar zijn en dwong hen om vergaande aanpassingen te overwegen. Om een Engels of Amerikaans scenario te voorkomen waarin vrijwel iedereen zijn eigen spaarpotje beheert, heeft de pensioenwereld de laatste reddingsboei aangegrepen: het begrip solidariteit. Dit begrip heeft inmiddels alle verschijnselen gekregen van een soort allesreiniger: “solidariteit tussen jong en oud”, “tussen arm en rijk” en “tussen gezond en ziek”. Bij toeval kun je deze solidariteit enkel en alleen bereiken met een goede pensioenregeling… Hiermee doen pensioenfondsen steeds meer denken aan de aloude WC-eend slogan: “Wij van WC-eend, adviseren WC-eend”. Het blindstaren op solidariteit is een gemiste kans voor pensioenfondsen! Er bestaan nog steeds veel voordelen voor nieuwe deelnemers om aan een collectieve pensioenregeling deel te nemen, maar niet vanwege een solidariteits behoefte.

En die voordelen werden mij nogmaals heel duidelijk toen ik 3 maanden geleden een bezoek aan mijn bank bracht: alhoewel ik eigenlijk langskwam om over spaarproducten te praten, kon de bankmedewerker het niet laten mij op allerlei verzekeringsproducten te wijzen. Probeerde hij mij deze te verkopen vanwege een solidariteits behoefte? Nee natuurlijk niet. Puur op grond van angst en onzekerheid: “Hoe zou u zich voelen als er ingebroken wordt en u ben niet verzekerd?”, “Wat gebeurt er, als u uw telefoon kwijtraakt?”, “Wat doet u als morgen uw huis afbrandt?”. Kahneman en Tversky toonden al veel eerder aan dat mensen veel gevoeliger zijn voor verliezen dan voor winsten van dezelfde omvang (iedereen die eens gratis toegangskaarten heeft gekregen en die vervolgens is kwijtgeraakt, kan beamen dat het een negatief gevoel geeft). Ook de katholieke kerk heeft in de afgelopen eeuwen met veel succes volgelingen ervan overtuigd dat voor een bescheiden contributie er een plaats in de hel kon worden voorkomen. Bang zijn om dingen te verliezen is dus heel menselijk en iedereen is bezorgd dat nu net hij, of zijn partner, tot in lengte van dagen doorleeft. De behoefte aan een collectief pensioen is daarmee een feit.

Helaas, verwart de actuariële professie “eerlijk delen” met solidariteit. Eerlijk delen kan prima bereikt worden door belasting op inkomen en vermogen: vermogen en inkomen worden direct van rijk naar arm overgemaakt, en de consument heeft zelf de keuze waaraan zijn inkomen opgaat. Roosevelt bewees al rond de jarig dertig in Amerika dat een maatschappij met grote welvaartsverschillen gemakkelijk door middel van belasting op inkomen en vermogen binnen één generatie een veel socialer karakter kan krijgen (helaas had de occupy vereniging veel minder aansprekende rolmodellen). Pensioencontributies bereiken deze welvaartsherverdeling niet omdat er geen pensioenmarkt is en het daarom niet mogelijk is voor de deelnemer om toekomstige pensioeninkomsten te ruilen voor huidige consumptie. Echter, deelnemers zijn wel degelijk bezorgd om hun oude dag en om dit te bereiken is geen verplichte afdracht vereist, of een vaag solidariteits-containerbegrip.

Wat we wel nodig hebben is een duidelijk en transparant verhaal over welke bijdrage van deelnemers nu vereist is, en wat zij er in de toekomst voor kunnen verwachten.

Niet pro-actief maar creatief!

13343783-gordiaanse-knoopGelukkig was Alexander de Grote geen actuaris! Bij het ontwarren van de Gordiaanse knoop zou hij ongetwijfeld eerst een model hebben opgesteld, en op basis van simulaties tevergeefs een uitkomst hebben gezocht.  Alexander koos echter voor een drastischere oplossing die een stuk sneller en effectiever bleek te zijn.

Het Nederlandse pensioenstelsel lijkt inmiddels ook veel van een Gordiaanse knoop weg te hebben maar er is geen actuaris die hem durft los te hakken. En dat is opmerkelijk omdat er nogal wat mogelijkheden zijn om het stelsel te wijzigen: denk aan flexibele premies waarbij je pensioensparen aanpast aan je levensfase of je pensioenbehoefte, of de introductie van switchen tussen pensioenfondsen dat leidt tot meer concurrentie tussen de fondsen, of neem meer deelnemers inspraak in het beleggingsbeleid. Het wordt inmiddels angstvallig duidelijk dat het Nederlandse actuariaat maar weinig van die ideeën heeft uitgedacht en zich liever verbergt achter het zoveelste herstelplan of de eeuwige rekenrente discussie.

Ook de verzekeringsindustrie blinkt niet altijd uit in creativiteit alhoewel er af en toe lichtpuntjes zijn: het nieuwe boek van Matthew Modiset, Solving Solvency, is zijn tijd al voor aangezien het nog onduidelijk is of er überhaupt ooit een Solvency II regelgeving wordt ingevoerd. Het boek beschrijft tal van mogelijkheden hoe verzekeraars hun rendement onder Solvency II kunnen vergroten. Het leuke van het boek is dat het de lezer aan het denken zet omdat het innovatief omgaat met verrassende oplossingen (beleggen in kunst of auteursrechten is niet iets waar actuarissen snel aan denken) die waarschijnlijk nu nog een brug te ver zijn, maar wellicht over enkele decennia wel algemeen geaccepteerd worden.

Helaas, is het redelijk ontnuchterend om het beroepsprofiel  en competentie profiel van de actuaris (2006) door te nemen: het profiel benadrukt “hoogwaardige en professionele uitoefening van het actuariaat”, “vakbekwaamheid, onafhankelijke oordeelsvorming, integriteit, objectiviteit”, waarbij het inschatten van risico’s een centrale rol speelt. “Kwaliteit, competentie, kennis en vaardigheden” zijn hierbij essentieel en het woord “pro-actief” komt in 17 pagina’s maar liefst 3 maal voor maar heeft helaas geen link met een vooruitziende blik maar met het snel begrijpen en oplossen van problemen. Merkwaardig genoeg, heeft het profiel geen referenties naar begrippen als “creativiteit”, “vernieuwing”, en “innovatie[1]”. Kennelijk, is een goede actuaris iemand die de huidige wet en regelgeving goed implementeert en (tijdig) kan uitleggen, maar niet iemand die met nieuwe en originele oplossingen op de proppen komt.

En dat is erg jammer: het woekerpolisdrama, en de pijnlijke pensioenhervormingen hebben de beperkte houdbaarheid van regelgeving aangetoond. Regelgeving die goed werkt totdat er weer eens een black Swan langs zwemt. Het actuariaat beperkt zich momenteel vooral tot herberekeningen met behulp van de kaasschaafmethode wanneer het weer eens fout gaat: iedereen moet een beetje inleveren, maar er wordt geen lange termijn oplossing bedacht zodat het angstig afwachten is tot de volgende crisis. In de actuariële opleiding dient er daarom meer aandacht te liggen op ideeën, creativiteit en verschillende oplossingen voor een probleem, in plaats van de gedachte dat er voor ieder probleem maar één “juiste” oplossing bestaat. De hoogste tijd dus om het actuarissen beroeps en competentie profiel van 2006 bij te werken!

 


[1] Afgezien product innovatie

Actuariële Kookkunst

tomatensoepStel u hebt het recept van een vriend gekregen voor een heerlijke ‘Paleo Tomatensoep’. Staat dat recept dan ook garant voor een heerlijke maaltijd?

Ongetwijfeld zult u deze vraag met ‘nee’ beantwoord hebben. De kok die dit recept ter hand neemt, bepaalt namelijk uiteindelijk de kwaliteit en smaak van de maaltijd. Het recept is de partituur en de kok de uitvoerder van het culinaire muziekstuk dat u uiteindelijk op uw bord krijgt.

Hoewel bovenstaand voorbeeld ons logisch in de oren klinkt, blijkt de actuariële kookpraktijk anders. Een paar voorbeelden.

Wat te denken van een ‘schijf van vijf’ asset-mix die op grond van een uitstekende ALM analyse van u, als advies op de bestuurs-ontbijttafel ligt. Staat dit ‘computerrecept’ eigenlijk wel garant voor een gedegen besluit over een passend beleggingsbeleid? Het antwoord op deze vraag kan toch eigenlijk ook niet anders dan ‘nee’ luiden. Uw advies is een statisch advies in een dynamische wereld en de vraag is bovendien nog maar of de uitvoerende vermogensbeheerder, uw recept ‘op smaak’ kan brengen.

De kernvraag is of we ons als beroepsgroep in de rol van ‘technisch experts’ enkel en alleen verantwoordelijk voelen voor het afleveren van het recept voor een op verwachtingswaarden en varianties gebaseerde koude asset-mix salade. Of…, dat we bereid zijn op te treden als ‘risico-regisseur’ in het proces van de totstandkoming van een ‘dynamisch beleggingsbeleid’ op basis van gezonde en gevarieerd onderbouwde asset-mix in de tijd. Overigens, zonder daarbij op de stoel van de bestuurder te gaan zitten, maar wel met de verplichting om melding te maken van eventuele ‘plofkippen’.

In een gedegen vaststelling van een dynamisch beleggingsbeleid neemt een bestuur beslissingen op basis van het bestuderen van verschillende toekomstige scenario’s. Voor actuarissen betekent dat de uitdaging om naast traditionele ALM veel meer aandacht te besteden aan ‘Economic Risk Management’ (ECRM) modellen. Dat vereist een nauwe samenwerking tussen economen en actuarissen, resulterend in een interactieve bespreking van de ECRM modellen met het bestuur.

Het gaat dan niet om de alom bekende 3 of 4 zogenaamde ‘doormodderachtige’ scenario’s, maar over de invloed op de asset mix en de beleggingsstrategie van veel meer specifiek benoemde economische scenario’s. Scenario’s die helpen bij het vast stellen van de risk appetite en een diepe impact hebben op de samenstelling van de asset mix. Oftewel, scenario’s die antwoord geven op vragen als “Wat gebeurt er als China zich terugtrekt uit Amerikaanse bonds?” of “wat gebeurt er als het US QE programma wordt stopgezet?”.

Net zoals bij de huidige ALM aanpak is daarbij niet zozeer de kwantitatieve uitkomst van het ERM model belangrijk, maar meer de discussie en bredere risicoperceptie die daarvan het gevolg zijn in het besluitvormingsproces van een bestuur en die bijdragen aan een meer weloverwogen en onderbouwd dynamisch beleggingsbeleid. ALM en ERM worden daarmee beslissingsondersteunende instrumenten in de totstandkoming van het uiteindelijke beleggingsbeleid en niet een onbedoeld dictaat dat door een bestuur voor kennisgeving wordt aangenomen, overgenomen en vervolgens geïmplementeerd.

Gelukkig is het eenvoudig te toetsen of u uw ERM of ALM advies ook daadwerkelijk een goed kwalitatief beslissingsdocument is of slechts een hapklare brok. Bood uw advies slechts één optie of werd uw voorstel zonder discussie of aanpassingen overgenomen, dan is – eufemistisch gesteld – uw advies voor verbetering vatbaar…

Een tweede voorbeeld betreft de inhoudelijk uitstekende reactie van onze beroepsgroep door het Koninklijk Actuarieel Genootschap op de door het SZW uitgezette consultatie betreffende het ‘Voorontwerp van wet herziening FTK’.

Ook hier beperken we ons zelf tot de rol van ‘technisch expert’. Als actuariële koks benoemen we in een knap stukje vakwerk alle actuariële ingrediënten van de FTK-maaltijd. Resulterend in een breed gedragen menukaart van een compilatie van adviezen, meningen en standpunten. Wellicht door onze hoge mate van betrokkenheid zijn we met onze reactie voorbijgegaan aan waar een goede kok op let, namelijk de kwaliteit van de ingrediënten.

Zowel de ingrediënten UPO als FTK nieuwe stijl, zijn nog niet getoetst. Dat was impliciet bekend. Maar hadden we niet vooraleerst nadrukkelijk moeten wijzen op het feit dat een reactie op een nieuw kader zonder een globale impactanalyse en zonder dat de communiceerbaarheid getoetst is, hachelijk, onverantwoord en in strijd is met het zorgvuldigheidsprincipe van onze kernwaarden?

Dan de conclusie ‘Dé juiste curve bestaat niet’ van het eveneens uitstekende rapport ‘Principes voor de RTS’ uit 2009. Anno 2013 vertaalt zich deze quote blijkbaar in de onbedoelde uitkomst ‘de verkeerde reële curve bestaat wel’…. Wat is er intussen gebeurd en waarom bieden we niet nadrukkelijker aan om als beroepsgroep actiever te participeren in de wetsvoorbereiding? Dat had in ieder geval kunnen voorkomen dat er nu een reëel kader ligt met een gedrocht van een discontocurve die niet aansluit bij de reële marktrente en bij invoering al in veel gevallen tot een reële korting zal leiden.

Tenslotte is het kortom de vraag of u zich als actuaris wil profileren als receptenschrijver of de regie pakt als actuariële kok. Kiest u voor het laatste, laat dan vooral meer van u horen via het Actuarieel Podium of neem actief deel aan een van de vele interessante commissies van het Actuarieel genootschap. Met uw inzet kunnen we dan de actuariële professie nog beter op de menukaart van de BV Nederland zetten. Laat Nederland genieten van uw kookkunst!

Once upon a time in the West

Once-Upon-a-Time-in-the-WestHarmonica: “Your friends have a high mortality rate Frank.”
Once upon a time in the West
Toen in 2008 de kredietcrisis uitbrak, stelde Wouter Bos het Nederlandse publiek gerust dat het slechts om Amerikaanse hypotheken en banken ging, en dat er geen problemen waren te verwachten voor Nederlandse financiële instellingen. Dat was nogal een opmerkelijke uitspraak: iedereen die zich wel eens door een jaarverslag van een financiële instelling heeft geworsteld, komt snel tot de conclusie dat transparantie niet het eerste is waar een analist aan denkt. Een uitgebreid bestuursverslag dat meestal erop neer komt dat er aan ambitie geen gebrek bestaat, wordt gevolgd door talrijke tabellen, cijfers en voetnoten waarin meestal een algehele verhaallijn ontbreekt. Analisten klagen dan ook vaak dat het vergelijken van financiële instellingen een hels karwei is en vaak onmogelijk blijkt.

Nadat de crisis inmiddels ook in Nederland had huis gehouden, veranderde Bos zijn standpunt en was het adagium dat “politici vertrouwen moeten uitspreken in het belang van de consument en de markt”. En helaas is deze aanpak van pappen en nathouden geen uitzondering in de politiek die meestal wordt gekenmerkt door opportunisme en kortetermijn planning. Tel daarbij op dat Nederlandse politici erom berucht staan om zo min mogelijk standpunten in boeken of publicaties met het publiek te delen (Fortuyn was een van de weinigen en had daar eerder last dan nut van), en je eindigt met een type met-de-kennis-van-nu-volksvertegenwoordiger die heel gemakkelijk van mening verandert al naar gelang de publieke opinie. Want het is natuurlijk een stuk makkelijker om je mening bij te stellen dan om een uitgebreid boekwerk op jouw naam af te vallen…

Maar gelukkig ging een paar jaar geleden mijn hart wat sneller kloppen: alhoewel politieke partijen in Nederland meestal een onderzoeksinstelling hebben (zoals de Wiardi Beckman stichting), is het bedenkelijk hoeveel echte vernieuwing hiervan valt te verwachten vanwege de innige (financiële) banden met de moederpartij. Dat veranderde door de Edmund Burke stiching, een conservatief genootschap dat niet gekoppeld was aan politieke partijen mede omdat geen enkele partij zich in Nederland conservatief durft te noemen. Een ideaal platform om dus ongestoord nieuwe ideeën te ontwikkelen zonder onderhevig te zijn aan opinie peilingen en andere media hypes. Helaas, was de drang naar macht ook voor deze stichting te verleidelijk en toen ze zich eenmaal met de PVV verbonden had, regeerde de waan van de dag, en was het snel gedaan met de rust en vernieuwing. Tegenwoordig is het erg stil rond de eens zo ambitieuze stichting…

Ook voor het actuariaat is het nu heel erg aantrekkelijk om tegen de politiek aan te kleven, omdat het vakgebied zo in het nieuws is, en zowel politiek als consument om oplossingen schreeuwt. Echter, de politiek staat er erg om bekend om eerder voor de makkelijke oplossingen te gaan, dan om structurele oplossingen te implementeren die op de korte termijn pijnlijk kunnen zijn voor sommige groepen. Eeen extreem voorbeeld hiervan is dat nadat 3 van de grote vier Nederlandse banken met staatssteun gered moesten worden, dat er verrassend genoeg nog steeds geen beleid ontworpen is wat te doen als banken in problemen komen: de redding van SNS REAAL onderstreepte wederom dat de politiek deze harde keuzes liever vooruitschuift, wat in de praktijk erop neerkomt dat politici geneigd zullen zijn om voor een gemakkelijke staatssteun optie te gaan in plaats van hun politieke carriere te vervolgen met de bijnaam “de beul van bank X”.

Helaas houden de pensioen en verzekeringswereld zich vooral bezig met lange termijn planning, waarin huidige keuzes verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor toekomstige generaties, en dat levert een onmiddelijk spanning op met het kortetermijn denken van de meeste politici. Het is juist daarom dat er behoefte is aan een instituut (of genootschap?!) dat op pensioen en verzekeringsgebied met alternatieven voor de dag komt waarop niet iedereen zit te springen maar die wel alvast de zaadjes planten in de hoofden van onze toekomstige belissingsmakers. Met name pensioenfondsen hebben het laatste decennia te maken gehad met een hoge-pensioenregeling-sterftekans waarbij talrijke malen aanpassingen en overgangsmaatregelen nodig waren om de boel drijvende te houden, zonder de lange termijn overlevingskans van de overeenkomst te verbeteren.

In plaats van al deze korte termijn politiek, zou het actuariaat beter een voorbeeld kunnen nemen aan de film “Once Upon a Time in the West”. Toen deze uitkwam niet populair vanwege allerlei vernieuwingen waarvan men in de jaren 50 de wenkbrouwen fronste: acteurs die op muziek bewegen (als bij een opera), een onduidelijk verschil tussen goed en kwaad, en een vrouwelijke hoofdrolspeler die revanche neemt op haar echtgenoot (terwijl in de meeste oudere westerns, vrouwen eerder hulpeloze slachtoffers waren). Alhoewel de film een redelijk succes was in Europa, bleek de grote Amerikaanse markt aanvankelijk bijzonder afkerig van al deze vernieuwingen en leek de film al snel in de vergetelheid te geraken. Echter, het bleek dat de film zijn tijd ver vooruit was en het duurde maar liefst 3 decennia voordat de filmwereld het op waarde kon schatten, en met de kennis van nu lijken de westerns voor “Once Upon a Time” bijzonder gedateerd: pensioenregelingen kunnen ook de tand des tijds doorstaan, alleen moet de actuariële wereld haar inspiratie hiervoor niet bij de politiek zoeken, maar in plaats daarvan met nieuwe ideeën voor de dag komen. Dat gaat de politiek misschien niet leuk vinden, maar is wel hard nodig.