Actuarissen moeten (meer) leiderschap vertonen

Amba ZeggenInterview met Amba Zeggen – Actuaris van het Jaar 2015 op Actuaris.info

Tijdens de 4e editie van de Actuarisdag is drs Amba Zeggen AAG door vakgenoten en een onafhankelijke jury uitgeroepen tot winnaar van de Actuaris van het Jaar Prijs 2015. De jury prees haar visie op de rol van de actuaris en de overtuigende en verfrissende manier waarop zij de beroepsgroep vertegenwoordigd in het publieke domein. Op dinsdag 27 september 2016 draagt Amba het stokje over, als de Actuaris van het Jaar Prijs voor de 5e keer wordt uitgereikt. Ze heeft twee duidelijke boodschappen: actuarissen moeten (meer) leiderschap vertonen en daadkrachtiger zijn in het overbrengen van hun verhaal.  

Hoe heb je deze prijs ervaren?
Als een overweldigende waardering. Echt heel bijzonder. Tegelijkertijd dacht ik: “er zijn zoveel anderen actuarissen, waaronder mijn mede-genomineerden, die deze prijs ook verdienen”. Dat is natuurlijk ook de kracht van deze prijs. Het gaat er niet zozeer om dat ik de prijs heb gewonnen maar dat het actuariaat, de beroepsgroep, voor het voetlicht wordt gebracht. Alle lof voor de initiatiefnemer van deze prijs, Reinier Roosen. Het is niet alleen dat beeldje en de waardering van vakgenoten maar de hele uitverkiezing, de dag zelf en de positieve spin-off aan publiciteit die de prijs met zich meebrengt voor de beroepsgroep, daar draait het om.

Is dat belangrijk, moet je actuarissen zo voor het voetlicht brengen?
Ja, je laat zien wat jouw waarde is. Be good and tell it. Je moet er niet op rekenen dat anderen het doen. En voor je bestaansrecht maar ook om beroepsgenoten te motiveren is het van belang dat je laat zien wat je toegevoegde waarde is. Overigens is het ook een moment van bezinning: Wat kan je nog beter doen en waar moeten we veranderen.

Daarover gesproken wat is je boodschap aan de actuarissen.
Laat ik voorop stellen, vrij vertaald naar Koningin Maxima: “de actuaris bestaat niet”. Ik kan niet één boodschap formuleren die alle actuarissen precies aanspreekt of die aankomt. Tegelijkertijd kun je wel spreken over een grote gemene deler, een algemene perceptie over hoe “wij” actuarissen acteren, gezien worden, overkomen op anderen.

Ik zie dat we ontzettend veel kennis hebben die nodig is voor het beantwoorden van een aantal immens grote economische – en sociaalmaatschappelijke vraagstukken. Bijvoorbeeld de herziening van het Pensioenstelsel, het enorme aantal ZZPers die weinig of geen pensioen opbouwen en waarvan een groot deel niet verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de uitdagingen waar verzekeraars mee te kampen hebben en waarvan de insuretech revolutie de meest onderbelichte is.

Op al deze terreinen zijn wij nodig. Daar zouden we volgens mij een leidende rol moeten pakken bij de discussies die nu gevoerd worden en het uitwerken van beleid. Uit onze schulp kruipen en bescheiden zijn. Het is geen optie om ergens achteraan als specialist je bijdrage te leveren, dan heb je te weinig invloed. Dit is ons terrein en ook onze taak om het voortouw te nemen! Omdat we de partij zijn met de meest elementaire kennis op dit terrein.

Maar is daar ruimte voor ? Krijg je dat ook van bijvoorbeeld een directie. Willen die wel luisteren?
Goeie vraag. Het is een wisselwerking. Het betekent niet alleen verandering van gedrag en mindset van de eigen beroepsgroep maar ook van de spelers om ons heen. Maar anderen veranderen is nogal lastig. Dit kan alleen door jezelf anders op te stellen en bijvoorbeeld meer de leidersrol te pakken en niet af te wachten. Door jezelf niet (alleen) als waakhond op te stellen maar ook als een professional die vooruit kijkt en helder uiteen zet waar de kansen liggen.

Je kunt ook een andere reactie en/of gedragsverandering teweeg brengen door je empatisch vermogen in te schakelen om de taal te spreken die bestuurders of ander partijen snappen en waar je anderen mee raakt. Daar begint het mee.

Dat klinkt nogal als psychologie van de koude grond.
De effectiviteit van ons werk wordt voor het overgrote deel bepaald door irrationeel handelen. Door psychologische processen die niet consistent zijn met het geen je vanuit rationele overwegingen zou verwachten. Dat geldt voor onszelf maar zeker ook voor de omgeving waarmee we samenwerken. Dat heb ik niet bedacht, daar zijn legio onderzoeken aan gewijd en Nobelprijzen voor uitgedeeld. Neem bijvoorbeeld Professor Kanheman, Nobelprijswinnaar en grondlegger van de gedragseconomie. Die legt in het fantastische boek “Thinking Fast and Slow” haarfijn uit hoe zit het met ons denken en doen. Waarom we niet altijd reageren zoals je op voorhand denkt en hoe we dat gedrag kunnen beïnvloeden. Maar hetzelfde geldt voor Robert Cialdini. Zijn theorie over beïnvloedingsstrategieën kan je niet negeren als je wilt weten hoe je anderen van jouw boodschap moet overtuigen. Of op zijn minst voorkomt dat je iemand in no-time de kast op jaagt of tegen je in het harnas jaagt. Het zou nogal arrogant zijn om te denken dat wij die wetenschap niet nodig hebben. Dat het ons niet raakt.

Beïnvloeden, overtuigen het klinkt nogal manipulatief
Het is net als met een mes of rentederivaten. Beide zijn zinvolle producten als je het juist inzet en als je weet hoe je het moet gebruiken en vooral hoe je het niet moet gebruiken en wat de risico’s zijn.

Zo is het ook met dit soort communicatietechnieken. Ja, je kan anderen manipuleren maar ik denk dat het effect daarvan kortstondig is en niet voor herhaling vatbaar. Als je iets zinvols te vertellen hebt, als jouw advies goed moet beklijven bij je ontvangers, dan is het je plicht er voor te zorgen dat je dat op de juiste manier doet. Dat is wat anders dan iemand een onzin verhaal op de mouw te spelden omdat het je goed uitkomt. En een ding weet ik zeker “de actuaris” is er over het algemeen niet om onzin te verkopen. We hebben een goed, belangrijk en soms lastig te behappen verhaal. Dan moet je alle zeilen bij zetten zodat je advies ook echt wordt opgepakt en ingezet.

Pensioen in coöperatief verband

Arnoud RingelbergNederland staat aan de vooravond van een herziening van het pensioenstelsel. Welhaast een historische gebeurtenis. Op 20 februari adviseerde de Sociaal Economisch Raad (SER) aan de Staatssecretaris het model van een ‘Persoonlijk Pensioenvermogen met Collectieve Risicodeling’ (hierna: PPCR). De SER vindt dit een ‘interessante maar onbekende’ optie om een herzien pensioenstelsel langs vorm te geven. Hierdoor ontstaat een efficiënter stelsel met meer keuzevrijheid voor individuen en ondernemingen. Verzekerden moeten zich zo meer eigenaar gaan voelen van hun pensioenvermogen. Auteurs: Arnoud Ringelberg, Dennis Kerkhoven en Onno van Bekkum stellen daar, gebaseerd op de PPCR, een alternatief tegenover waarbij verzekerden daadwerkelijk eigenaar worden. Met de coöperatie als organiserend vehikel en mogelijk een regionale pensioencoöperatie voor ZZP’ers als proeftuin.

<<Lees hier het hele artikel>>

Wij spraken Arnaud Ringelberg vlak voor de publicatie:

Hoe kwam je op het idee om pensioen in coöperatieve vorm te onderzoeken? “In 2012 werkte ik aan mijn thesis voor Bedrijfskunde. Het onderwerp daarvan was governance modellen voor pensioenfondsen. In die tijd kwam ik in contact met Onno van Bekkum, gepromoveerd op het onderwerp coöperaties. In een gesprek met hem over de achtergronden van de coöperatie ontdekten we samen dat coöperaties veel gelijkenissen hebben met pensioenfondsen. In mijn thesis heb ik geopperd om vervolgonderzoek te doen naar de geschiktheid van coöperaties voor uitvoering van pensioenen.

Waarom ging je dan juist nu verder met het concept? “Het idee heeft een paar jaar gesluimerd totdat van Netspar hun voorstel kwam voor de blauwdruk van een pensioenstelselherziening: de persoonlijke pensioenrekening met collectieve risicodekking. Ik ben toen opnieuw gaan nadenken over het concept en kwam tegelijkertijd in contact met Jan Tamerus, onder andere lid van de pensioencommissie gelieerd aan de SER. De SER heeft in het advies van 20 februari aangegeven verder onderzoek te gaan doen naar de geschiktheid van het ‘persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodekking’ als basis voor een stelselvernieuwing. De variant lijkt inhoudelijk sterk op de Netsparvariant. Ik ben begin van het jaar samen met Onno het concept verder gaan ontwikkelen.”

Je noemt de gebiedscoöperatie Rivierenland, wat is daarvan de achtergrond? “Onno bracht mij in contact met Dennis Kerkhoven die bezig is met de opzet van de gebiedscoöperatie Rivierenland. Kort gezegd is deze coöperatie opgezet om binnen de regio Rivierenland een samenwerkingsverband van ZZP’ers en klein MKB op te zetten, algemeen gesteld om gemeenschappelijk voordeel te behalen. Tegelijkertijd is het de bedoeling dat een bijdrage wordt geleverd aan de ontwikkeling van de regio. In combinatie met de SER variant voor een stelselvernieuwing die ik zojuist noemde, denken wij de coöperatie uit te kunnen breiden met pensioenuitvoering. Juist de coöperatie biedt uitstekende mogelijkheden om eigendomsrechten helder te organiseren en leden van de coöperatie voldoende zeggenschap over hun persoonlijke én collectieve pensioenpot te geven. Er zit toch een collectief tintje aan vanwege de gewenste risicodekking. Hoe dit technisch uitgevoerd kan worden zoeken we in de komende weken verder uit. We zijn blij dat we actuaris Marc Simon Visser aan ons team hebben kunnen toevoegen om te helpen bij het inhoudelijke werk.”

<<Lees hier het hele artikel>>