Over Reinier Roosen

Reinier is initiatiefnemer van Actuarieel Podium

Genomineerden 2018

De genomineerden voor Actuaris van het Jaar 2018 zijn bekend. Er waren ook dit jaar weer vele inzendingen waaruit de jury de afgelopen weken een keuze heeft gemaakt. Zoals elk jaar gaan we op zoek naar actuarissen die een bijzondere prestatie hebben geleverd en een bijdrage leveren aan de maatschappelijke zichtbaarheid van de beroepsgroep, een voorbeeld voor anderen. Dit jaar heeft dat geresulteerd in een drietal genomineerden: Pieter Heesterbeek, Judith Houtepen en Agnes Joseph.

>>Lees hier verder en breng je stem uit<<

>>Schrijf je hier in voor Actuarisdag<<

Thema Actuarisdag 2018 bekend: Actuary of Things

De actuarieel professional beweegt zich steeds meer in een datagedreven universum. We hebben te maken met robotisering, data science, Internet of Things, artificial intelligence, machine learning en blockchain. Wat is de impact van deze ontwikkelingen op onze sector en ons beroep? Wat kun je zelf doen om succesvol te zijn in deze nieuwe wereld? Actuaris van het Jaar en keynote speaker, Dirk Jonker, geeft zijn visie op de actuaris als Analytics Translator. Als één van de nieuwe rollen die aan het ontstaan zijn voor Actuarissen. Het gaat over diepe domeinkennis. Affectie met techniek. Nieuwsgierigheid, entrepreneurial spirit en communicatieve vaardigheden. En even los van alle mooie praatjes en vergezichten: waar staan we nu echt in de sector? Wat doen we vandaag de dag al? Voor welke nieuwe uitdagingen stellen al deze ontwikkelingen ons op het vlak van bijvoorbeeld model risico’s, datakwaliteit en ethiek? Deze en vele andere vragen gaan we beantwoorden tijdens Actuarisdag 2018.

>>Schrijf je hier in voor Actuarisdag<<

URM – enkele bruggen te ver

In april dit jaar heeft minister Koolmees van SZW de ministeriële regeling gepubliceerd over de uniforme rekenmethodiek (URM). Vanaf 1 juli 2018 kan de URM gebruikt worden voor het vaststellen van de risicohouding bij premieovereenkomsten en variabele uitkeringen. Alec Balledux AAG vindt de regeling in zijn huidige vorm een slecht idee en is bezorgd over de effecten op het gebied van deelnemersvertrouwen en uitvoeringskosten. Hij deelde zijn zorgen inmiddels met het ministerie en de Pensioenfederatie. Hieronder zijn betoog.

URM staat voor Uniforme Reken Methode t.b.v. goede pensioencommunicatie maar maakt daar, zoals hieronder toegelicht, mijns inziens bijna niets van waar.

De gedachte is dat de onzekerheid in het huidige pensioencontract, met slechte en goede kansen, alsmede de toekomstige koopkrachteffecten worden gecommuniceerd. Daar valt –tot op zekere hoogte- ook wel wat voor te zeggen omdat in het verleden teveel voorbijgegaan is aan de negatievere scenario’s, de risico’s van langer leven, lage rente en minder goede rendementen. Probleem is echter dat er bij de uitwerking van URM een wetenschappelijke benadering is gekozen die nauwelijks stilstaat bij de belevingswereld van “de gewone deelnemer”. Daar komt nog bij dat er, onder meer vanuit de modelmatige kant, serieuze bezwaren aan te dragen zijn. Het is bovendien voor toegezegde pensioenen (DB) schieten met een kanon op een mug.

De huidige uitwerking voor DB-pensioencontracten en de modellering daarvan is verre van compleet: in het slechte scenario valt er nog wel wat te zeggen voor de gekozen benadering. Dan worden de aanspraken gekort. In de gunstige scenario’s is het contract en dus ook het model echter niet voldoende uitgewerkt. Door fiscale beperkingen ontstaan er nauwelijks plussen bij de deelnemers en stijgen de dekkingsgraden tot ongekende hoogten. Het lijkt niet heel opportuun om dit met de huidige lage rentestanden aan de orde te stellen, maar de te communiceren waardes leiden tot een erg scheef beeld.
Bijvoorbeeld:

  • Wanneer het tegenvalt krijgt u 80% van uw bereikbare aanspraak;
  • Wanneer het meevalt krijgt u 101% van uw bereikbare aanspraak.

Natuurlijk zullen sommige fondsen met recent gegeven kortingen en/of een achterstand in indexatie hier betere cijfers kunnen communiceren, maar een gewone, niet in de materie ingevoerde, werknemer zal op basis van het bovenstaande al snel concluderen dat het pensioenfonds hem opzadelt met de negatieve risico’s maar dat hij niet meedeelt met de positieve. Een conclusie van de deelnemer die slecht is voor het beeld van en het vertrouwen in het pensioenfonds. Onterecht omdat dit pensioenfonds er weinig of niets aan kunnen doen, maar legt u het maar even uit.

Geredeneerd vanuit de gemiddelde deelnemer, die nauwelijks financieel onderlegd is, is URM ook een echt buitenbeentje. Geen enkele andere sector kreeg zulke complexe voorschriften voor haar communicatie. Waar andere sectoren in hun commerciële uitingen ook zachte beloftes mogen doen, winkeliers mogen extra garantie verkopen die meestal niet nodig is, telecomaanbieders zwijgen over de rente begrepen in hun eveneens verzwegen lening (ook een financieel product) aan telefoon kopers, daarmee vele jongeren duperend die het nieuwste van het nieuwste willen maar niet eens begrijpen dat ze een lening afsluiten. Maar pensioenfondsen zouden gedwongen moeten worden om een hele cijferbrij te presenteren, die vermoedelijk door meer dan 95 procent van de deelnemers niet begrepen zal worden. Je vraagt je bijna af wat pensioenfondsen verkeerd gedaan hebben.

Gesuggereerd wordt dat URM:

  • Bijdraagt aan begrip
  • Optelbaar is
  • Uniform is
  • Betaalbaar is

In mijn bescheiden visie is het geen van allen:

  • Naast de al beschikbare bereikbare en opgebouwde pensioenen voegen we nog eens een drievoud aan extra getallen toe. Zal de deelnemer het daardoor beter gaan begrijpen?
  • De tot op heden gecommuniceerde bereikbare aanspraak is ook een verwachting, namelijk de basering op een gelijkblijvend pensioensalaris en AOW. Hoe moet een deelnemer het verschil begrijpen?
  • Zijn het 5 procent en het 95 procent percentiel dan zo vanzelfsprekend dat die vermeld moeten worden? Wetenschappers kunnen iets met percentielen, een gemiddelde deelnemer kan er niets mee!
  • De gepretendeerde optelbaarheid is een farce: bij het ene pensioenfonds zal een slecht resultaat overeenkomen met scenario 789, bij een ander met scenario 1987. Door de slechtste resultaten bij elkaar te tellen ontstaat een slechter resultaat voor het totaal dan het 95% percentiel voor beiden gecombineerd dat wellicht overeenkomt met scenario 1234.
  • In de boodschap combineren we ook nog eens twee onzekerheden door elkaar: onzekerheid op het pensioenresultaat en onzekerheid met betrekking tot koopkracht. Hoe gaat een deelnemer dat begrijpen.
  • De voorgeschreven vervroeging/uitstel naar AOW leeftijd is begrijpelijk maar wat beslist de nauwkeurigheid verstoort is, is dat daarvoor de huidige (rentegevoelige) tabellen gelden die dus niet aansluiten op de scenario’s. Die nauwkeurigheid is natuurlijk ook al geweld aangedaan door de “mapping” naar slechts twee beleggingscategorieën.
  • Er zijn tot op heden al meer dan twee methoden gedefinieerd. Eén met complete doorrekening van 120.000 jaarscenario’s en een ander met een wat slimmere bepaling van “koopkrachtvectoren”. Het is hoe dan ook een verre van uniforme rekenmethode geworden.
  • De ICT complexiteit is enorm. Bij de communicatie worden nu gegevens uit een systeem onttrokken en die worden digitaal of op schrift gepresenteerd. Daar wordt bij URM een grote rekenschil tussen geschoven. Iedere ICT‑deskundige van een pensioenfonds zal de verwachting uitspreken dat de implementatie van URM veel meer zal kosten dan nu wordt ingeschat. De uitgesproken verwachting is dat voor honderden uitvoeringsorganen tezamen de implementatiekosten € 23 miljoen zullen bedragen. Dat is minder dan de recente strop van € 59 miljoen bij de NVWA, en dat is slechts één (overheids)orgaan. Hoe reëel is dit allemaal en is dit wel een wenselijke manier om geld van de deelnemers te besteden?

Zou de gemiddelde deelnemer echt slechter geïnformeerd zijn wanneer wij hem melden dat het pensioen in een slecht geval 10% lager (of 2% per prognosejaar) kan uitvallen?

Een laatste kritiekpunt in de wetenschappelijke benadering die men kiest is dat men, net als bij de Haalbaarheidstoets (HBT), lijkt te leiden aan modelleringswaan. Het tot 60 jaar in de toekomst voorspellen van de economie heeft voor mij evenveel waarde als voor 6 maanden vooruit voorspellen van het weer. Het zijn in wiskundige zin beide zogenaamde “chaotische” (dynamische) processen en niet op dergelijke termijnen betrouwbaar te voorspellen.

Het is al met al een methodiek door de elite gemaakt voor de (zeer beperkte) elite van deelnemers die er iets van zullen kunnen begrijpen. De kosten die daarvoor gemaakt worden zijn niet alleen in financiële zin hoog, maar zijn dat ook in termen van vertrouwen en begrip bij “gewone” deelnemers. De risico’s die deze deelnemers gedurende hun levensloop ondergaan zijn vaak van hele andere aard: ziekte, ontslag, carrière, scheiding. Aan al deze aspecten wordt volledig voorbijgegaan.

Mijn alternatief:

Stap af van de presentatie van 6 extra uitkomsten voor alle deelnemers. Met name het positieve en het verwachte scenario dragen te weinig bij aan begrip en vertrouwen. Toon naast de bestaande uitkomsten de uitkomsten voor een bepaald negatief scenario, maar alleen indien de deelnemer relatief kort (bijvoorbeeld 20 jaar) voor zijn pensioendatum zit.

Dit specifieke scenario wordt daarbij elk kwartaal (en voor elke periode tot en met 20 jaar) bij de publicatie van de economische scenario’s vastgesteld door DNB voor enerzijds opbouwende aanspraken en anderzijds opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen.

Leg de doorrekening van het scenario daar waar die hoort en niet bij de pensioenfondsen zelf. Draag daartoe de uitvoerders van de HBT voor pensioenfondsen op (middels de te verstrekken informatie) om de tabel van “koopkrachtvectoren” te bepalen tegelijk met het uitvoeren van de HBT, dat is dan een kleine moeite. Die tabel wordt dan ook gegarandeerd aangeleverd aan de pensioenuitvoerder die alleen die tabel dient te betrekken in de rekenarij voor de communicatie en dat komt eenvoudigweg neer op het vermenigvuldigen van de beschikbare aanspraak met een getal uit die tabel. Sta pensioenfondsen toe dat daarbij de cijfers van de laatste HBT worden gebruikt.

Voordelen:

De voordelen van bovenstaande werkwijze zijn legio. Als eerste wordt een en ander (in ieder geval binnen de pensioenwereld) echt uniform waardoor de resultaten voor een deelnemer goed optelbaar zijn.  Ten tweede communiceert het pensioenfonds zo een boodschap die de gemiddelde deelnemer wel kan begrijpen. Ten derde wordt het pensioenfonds niet gedwongen een onlogische en inconsistente boodschap te communiceren met alle afbreukrisico’s van dien.

Het scheelt bovendien minimaal 23 miljoen aan ICT kosten die de pensioenfondsen op een andere manier kunnen aanwenden omdat het veel beter uitvoerbaar en dus goedkoper is. En last but not least wordt het veel beter begrijpbaar voor een deelnemer, die met de extra informatie ook alleen wordt geconfronteerd als zijn of haar pensioen steeds meer in zicht komt.

Samenvattend zou ik willen oproepen tot bezinning. Het geheel aan voorgenomen regelgeving schiet thans volstrekt haar doel voorbij. Ook hier geldt: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Als er dan toch bezint zou worden en de HBT regelgeving mee wordt aangepast zou het heel zinvol zijn om het koopkrachtkader met referentie per 1-1-2015 (artikel 30) in de HBT regelgeving aan te passen. Mijns inziens lopen URM en HBT hier ook niet synchroon.

Op persoonlijke titel,

Alec Balledux, AAG

Actuaris op het raakvlak van ICT en actuariaat bij AxyWare B.V.

Nominatie Actuaris van het Jaar 2018 geopend

De nominatie periode voor Actuaris van het Jaar en Actuarieel Talent van het Jaar is vanaf nu geopend. Vorig jaar kwamen Dirk Jonker en Tessa van Staten als winnaars uit de bus. Wie zou u willen nomineren? Welke Actuaris ziet u als voorbeeld? Welke Actuaris ziet u als een echt talent? Wie heeft er wat u betreft een bijzondere bijdrage geleverd met maatschappelijke relevantie? Welke vakgenoot vult de rol van Actuaris op een inspirerende manier in? Via dit formulier kunt u anoniem de Actuaris van uw keuze doorgeven aan de juryleden.

Voordracht Actuaris van het Jaar 2018

Hier kunt u een Actuaris voordragen voor de Actuaris van het Jaar Prijs 2018 en het Actuarieel Talent van het Jaar.
  • Probeer uw motivatie zoveel als mogelijk te geven op basis van de beoordelingscriteria. Dit zijn: A. Bijdrage aan het actuariële werkveld; B. Maatschappelijke relevantie en herkenbaarheid; C. Voorbeeldrol / hoe wordt de rol van Actuaris ingevuld; D. Visie op het vak.

Sfeerimpressie Actuarisdag 2017

« 1 van 4 »

Dirk Jonker verkozen tot Actuaris van het Jaar 2017

In een vol Achmea Congrescentrum is Dirk Jonker dinsdag verkozen tot Actuaris van het Jaar 2017. Jonker ontving de bronzen sculptuur en de oorkonde uit handen van juryvoorzitter Ronald Latenstein.

De jury prees Jonker om de vernieuwing die hij tot stand heeft gebracht in de afgelopen jaren. De jury is onder de indruk van “de transitie van de oude wereld naar de nieuwe wereld, zonder daarbij de oude wereld te verliezen.” In zijn speech noemde Latenstein Jonkers durf, pionierswerk en ondernemerschap en “de manier waarop hij de vertaalslag weet te maken naar wat aankomende actuarissen nodig hebben in hun opleiding.” Jonker startte ruim 10 jaar geleden de succesvolle bedrijven Focus Orange en Crunchr, waar data analytics en actuariële skills worden ingezet in de hoek van personeel en beloning.

De uitreiking van de prijs geschiedde gisteren tijdens de 6e Actuarisdag in Zeist. De prijs is een initiatief om actuarieel specialisten, die een duidelijke voortrekkersrol vervullen in de profilering van de actuariële beroepsgroep, publiek te waarderen. De andere genomineerde dit jaar waren Wichert Hoekert (voorzitter afdeling Vaktechniek Retirement Solutions bij Willis Towers Watson), Servaas Houben (Manager actuariaat ENNIA Curaçao) en Sabijn Timmers (Chief Risk Officer van Triodos Bank Group). Houben kon helaas niet aanwezig zijn wegens verblijf in het buitenland.

De afgelopen jaren werd de Actuaris van het Jaar Prijs in de wacht gesleept door Jan Tamerus (2012), Ad Kok (2013), Falco Valkenburg (2014), Amba Zeggen (2015) en Marc Heemskerk (2016).

TALENT VAN HET JAAR

In de middag stond verder een debatsessie over de rol en toekomst van de actuaris op het programma. Hierbij gingen de genomineerden voor de Actuarieel Talent van het Jaar Prijs met elkaar in debat. De genomineerden waren dit jaar: Joanne Bouwkamp (Consultant Tripple A), Steven Hooghwerff (Consultant Milliman), Tessa van Staten (Junior Manager Deloitte) en Mark Verhagen (ondernemer). Op basis van het debat heeft het aanwezige publiek Tessa van Staten uitgeroepen tot winnares en daarmee tot Actuarieel Talent van het Jaar 2017.

(V.l.n.r. Joanne, Steven, Tessa, Mark)

Actuarisdag

De dag stond verder in het teken van Pensioen: De Volgende Stap. Sprekers als Fieke van der Lecq, Jacqueline Lommen, Marc Heemskerk, Coen van Dedem en Edzko Smid spraken over de toekomst van het stelsel, de transitie en wat er op ons afkomt. De zaal was met 300 aanwezige actuarissen en aanverwante specialisten volledig uitverkocht.

Marc Heemskerk verkozen tot Actuaris van het Jaar 2016

Actuarieel Podium heeft Marc Heemskerk uitgeroepen tot Actuaris van het Jaar 2016. Heemskerk scoorde in het uiteindelijke oordeel van de jury net iets hoger dan zijn mede genomineerde John Smolenaers. Juryvoorzitter, Ronald Latenstein, zei tijdens de uitreiking: “Beide genomineerden hadden kunnen winnen dit jaar, we hebben nog niet eerder zo’n close call gezien.”

pf-27092016-150-2

De uitreiking van de prijs geschiedde gisteren tijdens de 5e Actuarisdag in Zeist. De prijs is een initiatief om actuarieel specialisten, die een duidelijke voortrekkersrol vervullen in de profilering van de actuariële beroepsgroep, publiek te waarderen.

De jury prees de enorme bijdrage die Marc Heemskerk levert op de ontwikkeling van pensioen in Nederland en zijn uitstekende rol als uithangbord voor de beroepsgroep in een breder maatschappelijk kader.

In zijn dankwoord gaf Marc aan “zeer vereerd te zijn om in de rij van eerdere winnaars te mogen aansluiten” en verder gaf hij aan dat hij “hoopt in de toekomst ook nog een nuttige bijdrage te mogen leveren op ons vakgebied en aan de samenleving en een uithangbord te zijn waar de actuariële sector trots op is.”

Afgelopen jaar werd de Actuaris van het Jaar prijs in de wacht gesleept door Amba Zeggen en voorgaande edities werden gewonnen door Falco Valkenburg (2014), Ad Kok (2013) en Jan Tamerus (2012).

Talent van het Jaar

In de middag stond verder een debatsessie over Leiderschap op het programma waarin drie door het publiek genomineerde actuarieel talenten in debat gingen met elkaar en de zaal. Wilbert Ouburg toonde zich het sterkst in het debat en werd door de aanwezigen in de zaal gekozen tot winnaar. Hij won hiermee de Actuarieel Talent van het Jaar Prijs 2016. De andere twee genomineerden waren Sven Dijkshoorn en Hans Staring.

pf-27092016-179-2

Van links naar rechts: Hans Staring, Wilbert Ouburg en Sven Dijkhoorn.

Genomineerden 2016 bekend

De genomineerden voor de Actuaris van het Jaar Prijs 2016 zijn bekend. Het gaat om Marc Heemskerk en John Smolenaers. Vanuit het publiek zijn de afgelopen maanden veel kandidaten voorgedragen. De jury heeft deze beoordeeld op basis van hun bijdrage aan het actuariële vakgebied, maatschappelijke relevantie en herkenbaarheid en visie op het vak. Beide genomineerden scoren volgens de jury zeer hoog op deze aspecten en zijn nu in de running voor Actuaris van het Jaar 2016. <<Lees hier verder>>

Actuarissen moeten (meer) leiderschap vertonen

Amba ZeggenInterview met Amba Zeggen – Actuaris van het Jaar 2015 op Actuaris.info

Tijdens de 4e editie van de Actuarisdag is drs Amba Zeggen AAG door vakgenoten en een onafhankelijke jury uitgeroepen tot winnaar van de Actuaris van het Jaar Prijs 2015. De jury prees haar visie op de rol van de actuaris en de overtuigende en verfrissende manier waarop zij de beroepsgroep vertegenwoordigd in het publieke domein. Op dinsdag 27 september 2016 draagt Amba het stokje over, als de Actuaris van het Jaar Prijs voor de 5e keer wordt uitgereikt. Ze heeft twee duidelijke boodschappen: actuarissen moeten (meer) leiderschap vertonen en daadkrachtiger zijn in het overbrengen van hun verhaal.  

Hoe heb je deze prijs ervaren?
Als een overweldigende waardering. Echt heel bijzonder. Tegelijkertijd dacht ik: “er zijn zoveel anderen actuarissen, waaronder mijn mede-genomineerden, die deze prijs ook verdienen”. Dat is natuurlijk ook de kracht van deze prijs. Het gaat er niet zozeer om dat ik de prijs heb gewonnen maar dat het actuariaat, de beroepsgroep, voor het voetlicht wordt gebracht. Alle lof voor de initiatiefnemer van deze prijs, Reinier Roosen. Het is niet alleen dat beeldje en de waardering van vakgenoten maar de hele uitverkiezing, de dag zelf en de positieve spin-off aan publiciteit die de prijs met zich meebrengt voor de beroepsgroep, daar draait het om.

Is dat belangrijk, moet je actuarissen zo voor het voetlicht brengen?
Ja, je laat zien wat jouw waarde is. Be good and tell it. Je moet er niet op rekenen dat anderen het doen. En voor je bestaansrecht maar ook om beroepsgenoten te motiveren is het van belang dat je laat zien wat je toegevoegde waarde is. Overigens is het ook een moment van bezinning: Wat kan je nog beter doen en waar moeten we veranderen.

Daarover gesproken wat is je boodschap aan de actuarissen.
Laat ik voorop stellen, vrij vertaald naar Koningin Maxima: “de actuaris bestaat niet”. Ik kan niet één boodschap formuleren die alle actuarissen precies aanspreekt of die aankomt. Tegelijkertijd kun je wel spreken over een grote gemene deler, een algemene perceptie over hoe “wij” actuarissen acteren, gezien worden, overkomen op anderen.

Ik zie dat we ontzettend veel kennis hebben die nodig is voor het beantwoorden van een aantal immens grote economische – en sociaalmaatschappelijke vraagstukken. Bijvoorbeeld de herziening van het Pensioenstelsel, het enorme aantal ZZPers die weinig of geen pensioen opbouwen en waarvan een groot deel niet verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de uitdagingen waar verzekeraars mee te kampen hebben en waarvan de insuretech revolutie de meest onderbelichte is.

Op al deze terreinen zijn wij nodig. Daar zouden we volgens mij een leidende rol moeten pakken bij de discussies die nu gevoerd worden en het uitwerken van beleid. Uit onze schulp kruipen en bescheiden zijn. Het is geen optie om ergens achteraan als specialist je bijdrage te leveren, dan heb je te weinig invloed. Dit is ons terrein en ook onze taak om het voortouw te nemen! Omdat we de partij zijn met de meest elementaire kennis op dit terrein.

Maar is daar ruimte voor ? Krijg je dat ook van bijvoorbeeld een directie. Willen die wel luisteren?
Goeie vraag. Het is een wisselwerking. Het betekent niet alleen verandering van gedrag en mindset van de eigen beroepsgroep maar ook van de spelers om ons heen. Maar anderen veranderen is nogal lastig. Dit kan alleen door jezelf anders op te stellen en bijvoorbeeld meer de leidersrol te pakken en niet af te wachten. Door jezelf niet (alleen) als waakhond op te stellen maar ook als een professional die vooruit kijkt en helder uiteen zet waar de kansen liggen.

Je kunt ook een andere reactie en/of gedragsverandering teweeg brengen door je empatisch vermogen in te schakelen om de taal te spreken die bestuurders of ander partijen snappen en waar je anderen mee raakt. Daar begint het mee.

Dat klinkt nogal als psychologie van de koude grond.
De effectiviteit van ons werk wordt voor het overgrote deel bepaald door irrationeel handelen. Door psychologische processen die niet consistent zijn met het geen je vanuit rationele overwegingen zou verwachten. Dat geldt voor onszelf maar zeker ook voor de omgeving waarmee we samenwerken. Dat heb ik niet bedacht, daar zijn legio onderzoeken aan gewijd en Nobelprijzen voor uitgedeeld. Neem bijvoorbeeld Professor Kanheman, Nobelprijswinnaar en grondlegger van de gedragseconomie. Die legt in het fantastische boek “Thinking Fast and Slow” haarfijn uit hoe zit het met ons denken en doen. Waarom we niet altijd reageren zoals je op voorhand denkt en hoe we dat gedrag kunnen beïnvloeden. Maar hetzelfde geldt voor Robert Cialdini. Zijn theorie over beïnvloedingsstrategieën kan je niet negeren als je wilt weten hoe je anderen van jouw boodschap moet overtuigen. Of op zijn minst voorkomt dat je iemand in no-time de kast op jaagt of tegen je in het harnas jaagt. Het zou nogal arrogant zijn om te denken dat wij die wetenschap niet nodig hebben. Dat het ons niet raakt.

Beïnvloeden, overtuigen het klinkt nogal manipulatief
Het is net als met een mes of rentederivaten. Beide zijn zinvolle producten als je het juist inzet en als je weet hoe je het moet gebruiken en vooral hoe je het niet moet gebruiken en wat de risico’s zijn.

Zo is het ook met dit soort communicatietechnieken. Ja, je kan anderen manipuleren maar ik denk dat het effect daarvan kortstondig is en niet voor herhaling vatbaar. Als je iets zinvols te vertellen hebt, als jouw advies goed moet beklijven bij je ontvangers, dan is het je plicht er voor te zorgen dat je dat op de juiste manier doet. Dat is wat anders dan iemand een onzin verhaal op de mouw te spelden omdat het je goed uitkomt. En een ding weet ik zeker “de actuaris” is er over het algemeen niet om onzin te verkopen. We hebben een goed, belangrijk en soms lastig te behappen verhaal. Dan moet je alle zeilen bij zetten zodat je advies ook echt wordt opgepakt en ingezet.

Pensioenstelsel: aanpassing niet de oplossing

Alec profielfoto kleur kleinNu pensioen een hot item is geworden voor politiek en media en opnieuw afstempelen dreigt zien we steeds meer oproepen om ons pensioenstelsel maar snel te veranderen. Er wordt gesuggereerd dat dat een verbetering zou geven in de transparantie, de tekorten zou wegblazen of zelfs kortingen zou voorkomen. Actuaris Alec Balledux reageerde op zo’n oproep in de Telegraaf om de politiek maar snel te laten ingrijpen.

“Door links te gaan rijden lossen we het fileprobleem niet op en door van pensioensysteem te veranderen lossen we de papieren pensioentekorten of de lage rentestanden niet op. Elk pensioensysteem heeft last van lage veronderstelde toekomstige rentes. De nuchtere waarheid is dat als we in deze tijden van idioot lage rentes van pensioensysteem veranderen, de ouderen sterk worden benadeeld en niet alleen direct 10-15% gekort worden maar ook een te lage individuele pensioenpot meekrijgen. Voor deelnemers heeft een overgang op het nieuwe stelsel ook nog als nadeel dat ze 50% minder pensioen op zullen bouwen als het fiscale stelsel niet wordt gemoderniseerd. Maar daar wordt door de overheid met geen woord over gerept. Bovendien maskeren die nieuwe stelsels het probleem (dat blijft bestaan) en leggen het renterisico bij de deelnemer. Kortom, een stelselaanpassing nu is voor verreweg de meeste deelnemers aan pensioenregelingen sterk nadelig.

De nuchtere conclusie is dat het vooralsnog juist beslist niet opportuun is om van pensioensysteem te veranderen. Daarvoor dienen eerst de dekkingsgraden en de rentestanden te zijn hersteld en adequate aanpassingen aan het fiscale stelsel te zijn gedaan.”