Over Servaas Houben

Servaas Houben, AAG-FIA, CFA, FRM studeerde econometrie in Nederland, en werkte vervolgens in Dublin, Londen en nu in Curaçao. Hij geeft vanuit zijn internationale ervaring zijn opinie over de ontwikkelingen op pensioen en verzekeringsgebied in Nederland.

Brexit – Much ado about nothing

Disunited Kingdom

Brexit JohnsonHet Verenigd Koninkrijk (hierna: VK) heeft voor Brexit gekozen, maar uit de uitslag komen vooral drie dingen naar voren:

  1. Close-call: een kleine meerderheid stemde voor Brexit waaruit blijkt dat een deel van de bevolking nog steeds vertrouwen heeft in het Europese project
  2. Jong vs oud: vooral de ouderen stemden voor de Brexit. Onduidelijk is of dit door sentimenten is ingegeven naar het oude Empire of dat hier rationale grondslagen achter liggen
  3. Grote regionale verschillen: waar Schotland, Noord-Ierland en Londen voorstemden, daar stemde de rest van het land tegen. De manier waarop de EU ervaren wordt, verschilt kennelijk sterk per regio

Welke gevolgen heeft deze Brexit voor de VK, Nederland, Curaçao en uiteindelijk EU?

VK

De oorsprong van het VK ligt in de 1707 Acts of Union tussen de koninkrijken van Engeland&Wales, en Schotland. Alhoewel deze Unie nu al meer dan drie eeuwen bestaat, heeft Schotland een deel van zijn onafhankelijkheid behouden: voorbeelden hiervan zijn een eigen wetgeving, parlement en centrale bank. Een eerste poging om tot Schotse onafhankelijkheid te komen door een referendum in september 2014 was niet succesvol, maar toonde aan dat er aanzienlijke steun was (45%) voor onafhankelijkheid.

De uitslag van de Brexit verscherpt de verhoudingen in het VK. Het merendeel van Schotland heeft een voorkeur voor de EU uitgesproken en voelt nu dat zijn stem niet is meegenomen. Dit plaatst de voorstanders van Brexit voor een lastig dilemma. Hun argument tegen de EU was onder andere gebaseerd op een gebrek aan democratie: hoe democratisch is het VK echter als de Schotse voorkeur wordt genegeerd?

De uitslag van Londen vs de rest van Engeland laat ook zien dat de voordelen van EU en internationalisering op een volstrekt andere manier ervaren worden. Na de overwinning van Margeret Thatcher in 1979 en de switch naar een meer kapitalistische samenleving is de ongelijkheid in Engeland aanzienlijk toegenomen: de Gini index die ongelijkheid meet toont een waarde van rond de 24 in 1979 naar 34 in 2008[1]. Vooral de sterke stijging in de huisprijzen in Londen[2] toont aan dat de welvaart stijging niet evenredig over het land is verdeeld: hoewel de voordelen van de EU en globalisering voor Londen duidelijk waren, was dit een stuk minder voor de rest van Engeland.

Nederland

Enkele opportunisten waaronder de PVV en de SP gebruikten de Brexit als pleidooi van een Nexit: Nederland zou het Britse voorbeeld moeten volgen en een referendum was hiervoor een prima methode. Helaas versimpelen referenda de onderliggende issues: het is nog steeds niet duidelijk of de Brexit stemmers gemotiveerd zijn door een gebrek aan democratie in Brussel, angst voor emigratie stromingen, of menen dat het VK te veel geld aan Brussel moet afdragen. Allemaal issues die ook zonder een referendum besproken en opgelost kunnen worden. De Nederlandse en Franse tegenstem tegen de Europese grondwet van 2005 is hiermee in lijn: was deze tegenstem gebaseerd op inhoudelijke argumenten, of een tegenstem tegen de politiek in het algemeen en het zittende kabinet in het bijzonder? Of was het de frustratie van Henk en Ingrid om niet in Brussel gehoord te worden? Het argument van “niet gehoord worden in Brussel” is nogal opmerkelijk: ondanks dat een overgroot deel van de Nederlandse bevolking tegen de oorlog in Irak van 2003 was, belette dit het kabinet niet om steun te geven aan de coalitie van aanvallers. Desondanks zijn er geen politieke partijen opgestaan die toen geklaagd hebben dat Den Haag niet naar hen luistert en bepleiten om meer macht aan de provincies te geven.  Kritiek op Brussel is ook van toepassing op Den Haag (de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet).

Door de onverwachte uitslag in 2005, lijkt het onwaarschijnlijk dat een Nederlands kabinet zijn vingers zal branden aan een bindend referendum voor een in of out-scenario.

De markten

Het effect van de Brexit op de markten was significant: de pond verloor de dag na het referendum rond de 10% ten opzichte van de dollar. Het is onduidelijk wat hierachter de onderliggende redenen zijn. Het VK zal in de toekomst een andere rol krijgen maar dit kan met nieuwe verdragen worden opgelost. Ook maakt het VK geen deel uit voor de euro zone zodat er geen ingewikkeld proces nodig is om van munt te wisselen. De fundamenten achter de economische groei en politieke stabiliteit van zowel het VK als de EU zijn door de Brexit niet gewijzigd. De meest logische verklaring voor deze commotie is dat er nu een tijdelijke periode van onzekerheid zal zijn, iets waar beleggers niet van houden. Ook hadden veel beleggers gespeculeerd op een Bremain en kwamen er bedrogen uit. Op de lange termijn is het veel lastiger om de effecten in te schatten: het VK zou een soortgelijke rol als Zwitserland kunnen vervullen en net zoals de Zwitserse frank zou de Britse pond een veilig alternatief kunnen zijn in een volgende euro crisis. De reactie van de markten lijkt daarom meer op hysterie gebaseerd dan een fundamentele analyse.

It takes two to tango

Al met al is de Brexit vooral een afspiegeling van de issues die er binnen het VK spelen: kennelijk denken regio’s en generaties anders over issues rondom globalisering en de rol van de EU. Een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid is daarom niet uit te sluiten. Op de korte termijn leidt dit tot een periode van onzekerheid en nieuwe verhoudingen, maar op de lange termijn zullen de effecten meevallen: handels embargo’s of (burger)oorlogen zijn niet waarschijnlijk en een nieuw evenwicht zal gevonden worden.

Voor de EU is het vooral belangrijk om de onderliggende redenen van de Brexit te analyseren: was hier sprake van een ongelukkig huwelijk of zijn er fundamentele issues met de huidige EU opzet? Ook moeten Europese leiders nu opstaan om de prestaties van het Europese project meer te benadrukken: landen zoals Portugal, Spanje en Griekenland die 50 jaar geleden nog dictaturen waren, zijn nu volwaardige democratieën. Europa beleeft nu een periode van 70 jaar zonder oorlog, vanuit historisch oogpunt een unieke gebeurtenis. Deze prestaties zijn wellicht niet in financiële termen uit te drukken, maar daarom niet minder belangrijk. Kiezers zien deze feiten vaak over het hoofd omdat zij in de waan van de dag zich meer bewust zijn van Griekse wanbetalers dan een staat die pas recent op democratische grondslagen wordt geregeerd.

Cexit

En wat kan Curaçao van de Brexit leren? Iedere unie of samenwerkingsverband staat of valt net zoals ieder huwelijk met de tevredenheid van beide partijen. Een geforceerde samenwerking (bv Tsjecho-Slowakije) faalt op den duur omdat een van de partijen zich niet gehoord voelt. Curaçao heeft in ons Koninkrijk ook een samenwerkingsverband en menig politicus refereert naar de voordelen die dit oplevert. Als echter deze voordelen slechts door een beperkt deel van bevolking genoten worden, bestaat ook hier het risico van onbegrip. Zowel de economische voordelen, als de politieke stabiliteit zou vaker door politici aan burgers duidelijk gemaakt moeten worden en gedeeld moeten worden over alle lagen van de bevolking.

[1] https://www.equalitytrust.org.uk/how-has-inequality-changed

[2] http://monevator.com/historical-uk-house-prices/

Wet van de remmende voorsprong

NokiaUit het jaarlijkse onderzoek van Studie en Werk 2015 komt actuaris wederom naar voren als de beste starters-functie. En de uitkomsten in Nederland staan niet op zich zelf: ook onderzoeken in Amerika bevestigen dit beeld. Toch zijn er ontwikkelingen die het toekomstperspectief van de Nederlandse actuaris minder rooskleurig laten lijken.

Welke ontwikkelingen zijn dit en wat kunnen we eraan doen? Een publicatie door Servaas Houben. Lees verder.

Boekreview: Michael Lewis | Liar’s poker

A must read classic

51uB+qEgbKL._SY344_BO1,204,203,200_Michael Lewis had het voorrecht om in de roerige jaren 80 te werken voor een van de grootste investment banks: Salomon Brothers. De derugulering van zowel de hypotheekmarkt als de wijziging van het inflatie beleid zorgde voor nieuwe kansen voor investment banks. Vanwege de nieuwe producten en nieuwe omstandigheden was dit een ideaal speelterrein voor schoolverlaters: ervaring speelde een ondergeschikte rol in deze nieuwe werkelijkheid en dit bood kansen voor mid twintigers om grote fortuinen op te bouwen.

Lewis zelf had een achtergrond in geschiedenis en raakte toevallig via een feestje binnen bij het Salomon trainee klasje. Salomon wil groeien en mee profiteren van de boom met als gevolg dat er vele nieuwe medewerkers worden aangetrokken. Eenmaal op de werkvloer, komt Lewis er al snel achter dat niet zozeer product kennis, of customer service essentieel is om te overleven, maar dat het om de tuin leiden van klanten zeker zo belangrijk is: het spel Liar’s poker wordt op de trading floor daarom niet alleen als ontspanning gespeeld, maar ook als training. In dit spel krijgt iedere speler een dollar billet met daarop 8 cijfers. De spelers bieden vervolgens hoeveel van hetzelfde cijfer er in de gehele groep voorkomt. Hierbij komt niet alleen statistiek bij kijken, maar ook inschatting van de bluf van de medespelers.

Lewis beschrijft zijn carriere groei in deze “financial jungle” waar geen geschreven regels zijn. Hij begint zijn reis als “geek” wiens belangrijkste taak het is om koffie, hamburgers en andere genotsmiddelen langs te brengen bij de “big swinging dicks”: de meer senior traders die het grote geld voor het bedrijf binnenhalen en zich daarom als arrogante kwallen kunnen gedragen. Geeks zijn vaak slachtoffer van practical jokes, en het management van Salomon stimuleert deze pesterijen zelfs.

Het verhaal ontwikkelt zich als een klassieke tragedie: Salomon wil de boom van de jaren 80 uitbuiten met als gevolg dat het aantal medewerkers, en de privileges uit de hand lopen. Imago is belangrijker dan markt visie waardoor Salomon zich blindstaart op de bond en hypotheek markten, en de ontwikkelingen in de junk bond markt volslagen over het hoofd ziet. Voorloper in dit narcisme is Salomon’s CEO, John Gutfriend die meer bezorgd is in Salomon’s nieuwe prestigieuze hoofdkantoor en zijn media coverage, dan de duurzaamheid van het bedrijf. De crash van 1987 lijdt tot een blinde paniek binnen het management die in te korte tijd opeens verregaande beslissingen maakt. Afdelingen die in 1987 niet winstgevend zijn gebleken, worden in zijn geheel naar huis gestuurd, en als de markt in 1988 weer aantrekt is er niemand met de kennis in huis om daarop in te springen. Medewerkers die al een contract hebben bemachtigd bij een concurrent worden desondanks met gouden handdrukken weggestuurd: de achterblijvers blijven beduusd achter.

Lewis overleeft deze ontslag golf, maar besluit ondanks een riant salaris en bonus op zijn 26ste uit dit wereldje te stappen: het gebrek aan een gezonde verhouding tussen beloning en maatschappelijke bijdrage kan hij niet meer voor zichzelf verantwoorden. In plaats van een carriere in finance besloot hij tot een carriere in de journalistiek, en dat had de nodige gevolgen: zijn boek betekende het einde van de carriere van Gutfreund en het begin van Lewis carriere in de financiële journalistiek.

Liar’s poker is een uniek boek over zelfoverschatting en arrogantie binnen de financiële wereld. De wereld van het grote geld wordt door een jonge insider zonder scrupules uit de doeken gedaan, en er wordt korte metten gemaakt met de illusie rondom markt transparantie, superieur beleggings inzicht en management skills die allemaal fata morganas blijken te zijn: het misleiden van klanten (blowing up a customer), de willekeur van winst en verlies die meer afhangen van het beleid van de toezichthouder dan de skills van de traders, en het gebrek aan visie door management zijn allen schering en inslag binnen Salomon en andere bedrijven. Liar’s poker is hierdoor een klassieker en kan zelfs als een vroege voorloper gezien worden van de boeken van Taleb waarbij ook de willekeur en het geluks-element bij trading sterk naar voren kwamen.

Cliché-Papier

WC papierActuarissen moeten meer met accountants optrekken, zij moeten vaker met de buitenwereld communiceren over hun vak, en zij moeten het risico management binnen een verzekeraar vorm geven. Verder dienen zij zich ethisch te gedragen en is er een heuse gedragscode ontworpen om dit alles in goede banen te leiden. Er wordt veel van de actuaris verwacht…

Wat al deze doelen gemeenschappelijk hebben? Ze focussen allemaal op mooie vergezichten, diep doordachte visies, waar eigenlijk niemand het mee oneens zal zijn. Zoals de voedingsexpert die mensen ieder jaar oproept om gezonder te eten, zoals de sport instructeur die mensen aanspoort meer te bewegen en de pastoor die mensen bemoedigt deugdzaam te leven. Allen met hele goede intenties, alleen lastig meetbaar en vol te houden: hoeveel mensen starten het jaar niet met goede voornemens om gezonder te eten, totdat carnaval/BBQ seizoen/vakanties eraan komen? Hoeveel mensen nemen in januari niet een gym membership om vervolgens in maart iedere avond thuis op de bank naar de tv te kijken? Hoeveel mensen gaan niet iedere week naar de kerk, om vervolgens de rest van de week alles te doen wat god net verboden heeft?

Visie zonder praktische implementatie werkt niet.

Alle goede voornemens ten spijt, mensen hebben zowel een wortel als stok nodig om in beweging te komen. Daarom werkt sporten met vrienden of fitness clubs die groepslessen aanbieden ook vaak een stuk beter dan de aankoop van een sportmachine die vervolgens op zolder staat weg te kwijnen.

Helaas is er binnen de Nederlandse actuariële wereld een overschot aan visie, en een gebrek aan implementatie. De actuaris dient aan tal van vereisten te voldoen, maar meetbare doelstellingen om succes te toetsen zijn hierbij vergeten. Alhoewel de meesten van ons tijdens onze studies zijn doodgegooid met het begrip SMART (een moeilijke afkorting voor “meten is weten”), wordt het begrip nog maar weinig toegepast in de actuariële wereld. Hierdoor komen de claims dat actuarissen op al deze gebieden uitblinken nogal ongeloofwaardig over. De meeste actuariële artikelen staan helaas vol met clichés, die aardig klinken op papier, maar waar in praktijk weinig mee gebeurt.

Dat het ook anders kan, bewijst de Engelse actuariële vereniging: de meeste bijeenkomsten zijn gratis, en er zijn talrijke werkgroepen die regelmatig onderzoeksrapporten publiceren. Dat maakt niet alleen kennisoverdracht en kennis vergroting een stuk makkelijker, maar geeft ook een duidelijk aantoonbare onderbouwing waarom Engelse actuarissen weten waar ze het over hebben (lees de rapporten en onderzoeken maar!). Weinig focus op visie, maar des te meer implementatie…

De Nederlandse actuariële wereld is nog niet zo ver, en op zich is dat geen schande: de vereniging is in vergelijking met die van Engeland een stuk kleiner, en er bestaat nog geen onderzoek cultuur. Echter, met de nieuwe lichting actuarissen die er nu aankomt, kan die onderzoek cultuur nu van start gaan, met de daarbij horende SMART doelstellingen. Het zou namelijk zonde zijn als de Nederlandse actuaris blijft hangen in mooie vergezichten:

Dilbert

De tijd van rekensommetjes voorbij

RekensommenColumbus zeilde naar Indië om uiteindelijk America te ontdekken. De meeste actuarissen starten hun actuariaat opleiding vanwege de wiskundige insteek om er uiteindelijk achter te komen dat wiskunde steeds meer op de achtergrond verdwijnt. De opleidingsstructuur reflecteert die insteek: je begint als actuarieel rekenaar, daarna actuarieel analist, en pas dan bereik je het summum: actuaris. Rekenaar is kennelijk het amateurvoetbal van actuarissen. In verschillende interviews laten actuarissen het niet na om te benadrukken dat de tijd van rekensommetjes tijden achter hen ligt, en dat nu advies, risicomanagement, en strategie hun terreinen zijn.

Waar komt die schaamte voor rekenen vandaan?

Het klinkt natuurlijk erg verleidelijk: het actuariële vakgebied heeft zich ontwikkeld van een gezelschap introverte, bijna autistische mannen naar een extraverte, communicatief sterkte organisatie die midden in de samenleving staat. De tijd van Neanderthalers is voorbij, en de beschaving heeft zijn intrede gedaan. De actuariële verenigingen weerspiegelen dit: permanente educatie bijeenkomsten gaan zelden over wiskunde en modellen, en de actuariële bladen geven meer ruimte aan opinie dan aan technische analyse.

Dat is jammer. Het pure rekenwerk heeft namelijk een aspect wat een theoretische analyse niet meeneemt, het kan namelijk de onderliggende complexiteit blootleggen. Veel pensioenfondsen gaan er prat op dat zij een Asset Liability Management (ALM) studie verrichten en hun beleggingen hierdoor hedgen met hun verplichtingen. Een prachtig verhaal. Probleem was dat de meeste bestuurders zich niet hadden verdiept in de rekenmethodes, de onderliggende aannames, en de verbanden tussen de aannames. De meeste beleggingen, en hedges werkten hierdoor goed onder normale marktomstandigheden. Als er dingen erg mis gaan dan komen opeens allerlei andere aspecten op de voorgrond: onenigheden over de interpretatie van contracten bijvoorbeeld. ABP ondervond dit aan den lijve met hun investering in Merrill Lynch.

Juist het rekenwerk legt de kwetsbaarheid van aannames bloot. Een theoretisch correct verhaal, kan praktisch onmogelijk blijken omdat het teveel afhangt van aannames die niet kloppen of lastig zijn uit te leggen. Een “saai” pensioenfonds dat alleen in aandelen en obligaties belegt, had in 2008 nog weg kunnen komen met het excuus dat de markten erg tegenzaten. Een pensioenfonds dat zijn risico’s “goed had afgedekt” met derivaten en alternatieve beleggingen, had een lastiger verhaal toen zij moesten toegeven dat zij hun beleggingen eigenlijk ook niet snapten. Een eenvoudige blik in de wiskundige modellen van dat laatste fonds, had waarschijnlijk snel opgeleverd dat het te lastig was om te doorgronden, en hiermee ook uit te leggen en verantwoording over af te leggen.

Met de introductie van Solvency II heeft de actuariële professie een enorme stap gezet in het inschatten van risico’s. In plaats van prudentie als uitgangspunt te nemen, kijken wij nu naar extreme uitkomsten wat ons bewuster maakt wat er allemaal fout kan gaan als dingen echt tegenzitten. Zoals Keynes al zei:  “It is better to be roughly right than precisely wrong”. Echter, om risico’s goed in te schatten, en naar het publiek uit te leggen, hebben wij up-to-date kennis nodig van IT systemen en rekentechnieken en zal ook de ervaren actuaris zich opnieuw over de sommetjes moeten buigen.

Wij van WC eend adviseren…

WC Eend 3x2Ik heb al langere tijd zo mijn twijfels over het functioneren van onze constitutionele monarchie. Helaas begint de houdbaarheid van ons pensioenstelstel steeds meer trekjes te krijgen van onze staatsvorm. Discussies over de rol van de monarchie lopen meestal vast op emoties als “nationaal bewustzijn”, “binding”, en in het ergste geval wordt zelfs beweerd dat het vanuit economisch oogpunt voordelig is om een monarchie te hebben (helaas is hierover geen cijfermateriaal beschikbaar!). En als je al een volharde monarchist ervan overtuigt dat onze huidige staatsvorm niet overeenkomt met basale democratische principes, dan volgt al snel het antwoord “Maar het gaat toch prima zo?”. En het laatste dat een nuchtere Hollander wil, is zijn kostbare tijd verspillen aan dingen die toch wel zijn gangetje gaan…

Een soortgelijke situatie heeft zich decennia lang voorgedaan in de Nederlandse pensioenwereld: volgens “experts” (met name mensen die in die wereld hun brood verdienen) was ons stelsel het beste van de wereld en ieder voorstel om het structureel te hervormen werd afgedaan als onnodig en vooral onrustgevend voor de deelnemers. De pensioenwereld richtte zich daarom liever op correcte rekenmethodiek en avontuurlijke beleggingstrategieën dan zich af te vragen hoe wenselijk de verplichte afdracht van huidig salaris voor een onzeker toekomstig pensioen voor de deelnemers zelf is.

Echter de tegenvallende marktresultaten toonden aan dat ook pensioenfondsen niet onfeilbaar zijn en dwong hen om vergaande aanpassingen te overwegen. Om een Engels of Amerikaans scenario te voorkomen waarin vrijwel iedereen zijn eigen spaarpotje beheert, heeft de pensioenwereld de laatste reddingsboei aangegrepen: het begrip solidariteit. Dit begrip heeft inmiddels alle verschijnselen gekregen van een soort allesreiniger: “solidariteit tussen jong en oud”, “tussen arm en rijk” en “tussen gezond en ziek”. Bij toeval kun je deze solidariteit enkel en alleen bereiken met een goede pensioenregeling… Hiermee doen pensioenfondsen steeds meer denken aan de aloude WC-eend slogan: “Wij van WC-eend, adviseren WC-eend”. Het blindstaren op solidariteit is een gemiste kans voor pensioenfondsen! Er bestaan nog steeds veel voordelen voor nieuwe deelnemers om aan een collectieve pensioenregeling deel te nemen, maar niet vanwege een solidariteits behoefte.

En die voordelen werden mij nogmaals heel duidelijk toen ik 3 maanden geleden een bezoek aan mijn bank bracht: alhoewel ik eigenlijk langskwam om over spaarproducten te praten, kon de bankmedewerker het niet laten mij op allerlei verzekeringsproducten te wijzen. Probeerde hij mij deze te verkopen vanwege een solidariteits behoefte? Nee natuurlijk niet. Puur op grond van angst en onzekerheid: “Hoe zou u zich voelen als er ingebroken wordt en u ben niet verzekerd?”, “Wat gebeurt er, als u uw telefoon kwijtraakt?”, “Wat doet u als morgen uw huis afbrandt?”. Kahneman en Tversky toonden al veel eerder aan dat mensen veel gevoeliger zijn voor verliezen dan voor winsten van dezelfde omvang (iedereen die eens gratis toegangskaarten heeft gekregen en die vervolgens is kwijtgeraakt, kan beamen dat het een negatief gevoel geeft). Ook de katholieke kerk heeft in de afgelopen eeuwen met veel succes volgelingen ervan overtuigd dat voor een bescheiden contributie er een plaats in de hel kon worden voorkomen. Bang zijn om dingen te verliezen is dus heel menselijk en iedereen is bezorgd dat nu net hij, of zijn partner, tot in lengte van dagen doorleeft. De behoefte aan een collectief pensioen is daarmee een feit.

Helaas, verwart de actuariële professie “eerlijk delen” met solidariteit. Eerlijk delen kan prima bereikt worden door belasting op inkomen en vermogen: vermogen en inkomen worden direct van rijk naar arm overgemaakt, en de consument heeft zelf de keuze waaraan zijn inkomen opgaat. Roosevelt bewees al rond de jarig dertig in Amerika dat een maatschappij met grote welvaartsverschillen gemakkelijk door middel van belasting op inkomen en vermogen binnen één generatie een veel socialer karakter kan krijgen (helaas had de occupy vereniging veel minder aansprekende rolmodellen). Pensioencontributies bereiken deze welvaartsherverdeling niet omdat er geen pensioenmarkt is en het daarom niet mogelijk is voor de deelnemer om toekomstige pensioeninkomsten te ruilen voor huidige consumptie. Echter, deelnemers zijn wel degelijk bezorgd om hun oude dag en om dit te bereiken is geen verplichte afdracht vereist, of een vaag solidariteits-containerbegrip.

Wat we wel nodig hebben is een duidelijk en transparant verhaal over welke bijdrage van deelnemers nu vereist is, en wat zij er in de toekomst voor kunnen verwachten.

Niet pro-actief maar creatief!

13343783-gordiaanse-knoopGelukkig was Alexander de Grote geen actuaris! Bij het ontwarren van de Gordiaanse knoop zou hij ongetwijfeld eerst een model hebben opgesteld, en op basis van simulaties tevergeefs een uitkomst hebben gezocht.  Alexander koos echter voor een drastischere oplossing die een stuk sneller en effectiever bleek te zijn.

Het Nederlandse pensioenstelsel lijkt inmiddels ook veel van een Gordiaanse knoop weg te hebben maar er is geen actuaris die hem durft los te hakken. En dat is opmerkelijk omdat er nogal wat mogelijkheden zijn om het stelsel te wijzigen: denk aan flexibele premies waarbij je pensioensparen aanpast aan je levensfase of je pensioenbehoefte, of de introductie van switchen tussen pensioenfondsen dat leidt tot meer concurrentie tussen de fondsen, of neem meer deelnemers inspraak in het beleggingsbeleid. Het wordt inmiddels angstvallig duidelijk dat het Nederlandse actuariaat maar weinig van die ideeën heeft uitgedacht en zich liever verbergt achter het zoveelste herstelplan of de eeuwige rekenrente discussie.

Ook de verzekeringsindustrie blinkt niet altijd uit in creativiteit alhoewel er af en toe lichtpuntjes zijn: het nieuwe boek van Matthew Modiset, Solving Solvency, is zijn tijd al voor aangezien het nog onduidelijk is of er überhaupt ooit een Solvency II regelgeving wordt ingevoerd. Het boek beschrijft tal van mogelijkheden hoe verzekeraars hun rendement onder Solvency II kunnen vergroten. Het leuke van het boek is dat het de lezer aan het denken zet omdat het innovatief omgaat met verrassende oplossingen (beleggen in kunst of auteursrechten is niet iets waar actuarissen snel aan denken) die waarschijnlijk nu nog een brug te ver zijn, maar wellicht over enkele decennia wel algemeen geaccepteerd worden.

Helaas, is het redelijk ontnuchterend om het beroepsprofiel  en competentie profiel van de actuaris (2006) door te nemen: het profiel benadrukt “hoogwaardige en professionele uitoefening van het actuariaat”, “vakbekwaamheid, onafhankelijke oordeelsvorming, integriteit, objectiviteit”, waarbij het inschatten van risico’s een centrale rol speelt. “Kwaliteit, competentie, kennis en vaardigheden” zijn hierbij essentieel en het woord “pro-actief” komt in 17 pagina’s maar liefst 3 maal voor maar heeft helaas geen link met een vooruitziende blik maar met het snel begrijpen en oplossen van problemen. Merkwaardig genoeg, heeft het profiel geen referenties naar begrippen als “creativiteit”, “vernieuwing”, en “innovatie[1]”. Kennelijk, is een goede actuaris iemand die de huidige wet en regelgeving goed implementeert en (tijdig) kan uitleggen, maar niet iemand die met nieuwe en originele oplossingen op de proppen komt.

En dat is erg jammer: het woekerpolisdrama, en de pijnlijke pensioenhervormingen hebben de beperkte houdbaarheid van regelgeving aangetoond. Regelgeving die goed werkt totdat er weer eens een black Swan langs zwemt. Het actuariaat beperkt zich momenteel vooral tot herberekeningen met behulp van de kaasschaafmethode wanneer het weer eens fout gaat: iedereen moet een beetje inleveren, maar er wordt geen lange termijn oplossing bedacht zodat het angstig afwachten is tot de volgende crisis. In de actuariële opleiding dient er daarom meer aandacht te liggen op ideeën, creativiteit en verschillende oplossingen voor een probleem, in plaats van de gedachte dat er voor ieder probleem maar één “juiste” oplossing bestaat. De hoogste tijd dus om het actuarissen beroeps en competentie profiel van 2006 bij te werken!

 


[1] Afgezien product innovatie

Once upon a time in the West

Once-Upon-a-Time-in-the-WestHarmonica: “Your friends have a high mortality rate Frank.”
Once upon a time in the West
Toen in 2008 de kredietcrisis uitbrak, stelde Wouter Bos het Nederlandse publiek gerust dat het slechts om Amerikaanse hypotheken en banken ging, en dat er geen problemen waren te verwachten voor Nederlandse financiële instellingen. Dat was nogal een opmerkelijke uitspraak: iedereen die zich wel eens door een jaarverslag van een financiële instelling heeft geworsteld, komt snel tot de conclusie dat transparantie niet het eerste is waar een analist aan denkt. Een uitgebreid bestuursverslag dat meestal erop neer komt dat er aan ambitie geen gebrek bestaat, wordt gevolgd door talrijke tabellen, cijfers en voetnoten waarin meestal een algehele verhaallijn ontbreekt. Analisten klagen dan ook vaak dat het vergelijken van financiële instellingen een hels karwei is en vaak onmogelijk blijkt.

Nadat de crisis inmiddels ook in Nederland had huis gehouden, veranderde Bos zijn standpunt en was het adagium dat “politici vertrouwen moeten uitspreken in het belang van de consument en de markt”. En helaas is deze aanpak van pappen en nathouden geen uitzondering in de politiek die meestal wordt gekenmerkt door opportunisme en kortetermijn planning. Tel daarbij op dat Nederlandse politici erom berucht staan om zo min mogelijk standpunten in boeken of publicaties met het publiek te delen (Fortuyn was een van de weinigen en had daar eerder last dan nut van), en je eindigt met een type met-de-kennis-van-nu-volksvertegenwoordiger die heel gemakkelijk van mening verandert al naar gelang de publieke opinie. Want het is natuurlijk een stuk makkelijker om je mening bij te stellen dan om een uitgebreid boekwerk op jouw naam af te vallen…

Maar gelukkig ging een paar jaar geleden mijn hart wat sneller kloppen: alhoewel politieke partijen in Nederland meestal een onderzoeksinstelling hebben (zoals de Wiardi Beckman stichting), is het bedenkelijk hoeveel echte vernieuwing hiervan valt te verwachten vanwege de innige (financiële) banden met de moederpartij. Dat veranderde door de Edmund Burke stiching, een conservatief genootschap dat niet gekoppeld was aan politieke partijen mede omdat geen enkele partij zich in Nederland conservatief durft te noemen. Een ideaal platform om dus ongestoord nieuwe ideeën te ontwikkelen zonder onderhevig te zijn aan opinie peilingen en andere media hypes. Helaas, was de drang naar macht ook voor deze stichting te verleidelijk en toen ze zich eenmaal met de PVV verbonden had, regeerde de waan van de dag, en was het snel gedaan met de rust en vernieuwing. Tegenwoordig is het erg stil rond de eens zo ambitieuze stichting…

Ook voor het actuariaat is het nu heel erg aantrekkelijk om tegen de politiek aan te kleven, omdat het vakgebied zo in het nieuws is, en zowel politiek als consument om oplossingen schreeuwt. Echter, de politiek staat er erg om bekend om eerder voor de makkelijke oplossingen te gaan, dan om structurele oplossingen te implementeren die op de korte termijn pijnlijk kunnen zijn voor sommige groepen. Eeen extreem voorbeeld hiervan is dat nadat 3 van de grote vier Nederlandse banken met staatssteun gered moesten worden, dat er verrassend genoeg nog steeds geen beleid ontworpen is wat te doen als banken in problemen komen: de redding van SNS REAAL onderstreepte wederom dat de politiek deze harde keuzes liever vooruitschuift, wat in de praktijk erop neerkomt dat politici geneigd zullen zijn om voor een gemakkelijke staatssteun optie te gaan in plaats van hun politieke carriere te vervolgen met de bijnaam “de beul van bank X”.

Helaas houden de pensioen en verzekeringswereld zich vooral bezig met lange termijn planning, waarin huidige keuzes verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor toekomstige generaties, en dat levert een onmiddelijk spanning op met het kortetermijn denken van de meeste politici. Het is juist daarom dat er behoefte is aan een instituut (of genootschap?!) dat op pensioen en verzekeringsgebied met alternatieven voor de dag komt waarop niet iedereen zit te springen maar die wel alvast de zaadjes planten in de hoofden van onze toekomstige belissingsmakers. Met name pensioenfondsen hebben het laatste decennia te maken gehad met een hoge-pensioenregeling-sterftekans waarbij talrijke malen aanpassingen en overgangsmaatregelen nodig waren om de boel drijvende te houden, zonder de lange termijn overlevingskans van de overeenkomst te verbeteren.

In plaats van al deze korte termijn politiek, zou het actuariaat beter een voorbeeld kunnen nemen aan de film “Once Upon a Time in the West”. Toen deze uitkwam niet populair vanwege allerlei vernieuwingen waarvan men in de jaren 50 de wenkbrouwen fronste: acteurs die op muziek bewegen (als bij een opera), een onduidelijk verschil tussen goed en kwaad, en een vrouwelijke hoofdrolspeler die revanche neemt op haar echtgenoot (terwijl in de meeste oudere westerns, vrouwen eerder hulpeloze slachtoffers waren). Alhoewel de film een redelijk succes was in Europa, bleek de grote Amerikaanse markt aanvankelijk bijzonder afkerig van al deze vernieuwingen en leek de film al snel in de vergetelheid te geraken. Echter, het bleek dat de film zijn tijd ver vooruit was en het duurde maar liefst 3 decennia voordat de filmwereld het op waarde kon schatten, en met de kennis van nu lijken de westerns voor “Once Upon a Time” bijzonder gedateerd: pensioenregelingen kunnen ook de tand des tijds doorstaan, alleen moet de actuariële wereld haar inspiratie hiervoor niet bij de politiek zoeken, maar in plaats daarvan met nieuwe ideeën voor de dag komen. Dat gaat de politiek misschien niet leuk vinden, maar is wel hard nodig.