Kleine Cursus Groot Denken

Tijdens Actuarisdag 2013 sprak Adriaan Wagenaar over innovatief pensioenbeleid door de ogen van een kind. Naar aanleiding van zijn presentatie heeft hij nu een e-book uitgebracht dat wij beschikbaar willen stellen aan de leden van Actuarieel Podium. Wagenaar: “Kleine Cursus Groot Denken gaat de over de rol van de Open Geest in je dagelijks werk. Wat dit oplevert vat ik samen als ‘Groot Denken’: de ruimte die je jezelf toestaat om te blijven denken in mogelijkheden, ook al zijn die voor jou of jouw omgeving nog niet zichtbaar.” Hier kun je zijn e-book in PDF formaat downloaden.

Kijken in de spiegel

Vandaag is het rapport ‘Kijken in de spiegel’ gepresenteerd door de Werkgroep Integriteit Pensioenfondsen. Het rapport is geschreven in opdracht van Transparancy International Nederland en kan gezien worden als een spoorboekje voor integer pensioenbestuur.

In het rapport worden een aantal aanbevelingen gedaan om het bestuur te verbeteren, zoals het verbeteren van de communicatie en het afleggen van verantwoording. De werkgroep stond onder leiding van professor Jean Frijns. Daarnaast zaten er in de werkgroep 9 pensioenexperts waaronder Guus Boender van Ortec, Peter Borgdorff van Pensioenfonds Zorg en Welzijn en Coen van Dedem van Hunter Participaties die tevens de rol van secretaris vervulde. Vorig jaar tijdens Actuarisdag besprak Van Dedem enkele van de onderwerpen uit het rapport met een zeer geïnteresseerd publiek. Vandaag geeft hij zijn persoonlijke toelichting op het afgeronde rapport. Lees hier het hele rapport.

Den Haag, 21 mei 2013
Geachte lezer,

Tijdens de dag van de actuaris op 2 oktober 2012 heb ik een inleiding gegeven over risico beheersing in het kader van integriteit. Dit in het licht van de werkgroep integriteit pensioenfondsen onder leiding van prof. Jean Frijns. Vandaag wordt het rapport van de werkgroep met de titel “KIJKEN IN DE SPIEGEL” gepresenteerd

Reinier Roosen heeft mij gevraagd het rapport via de website van Actuarieel Podium ter beschikking te stellen en daarbij een persoonlijke inleiding te voegen. Met veel plezier geef ik aan dat verzoek gevolg.

Twee begrippen staan centraal in het rapport: integriteit en dilemma. We weten allemaal hoe lastig en hinderlijk dilemma’s zijn. Geen van de oplossingsrichtingen geeft namelijk een garantie op een goede beslissing. Integriteit is daarbij het kompas dat richting kan geven aan het besluitvormingsproces.

Wat betekent dit voor pensioenfondsen waar anders dan reguliere beleidsbeslissingen met een korte tijdshorizon beslissingen genomen moeten worden met een tijdshorizon van zo maar 40 jaar?

Naar de mening van de werkgroep is het wezen van het pensioenfonds vertrouwen; vertrouwen van de deelnemers in het bestuur en vertrouwen tussen groepen deelnemers onderling. De nadruk in het rapport ligt daarom op de gedragsaspecten van goed bestuur: integriteit, transparant zijn en de bereidheid verantwoording af te leggen over het beleid.

Pensioenfondsen worden voor het eerst in hun geschiedenis geconfronteerd met een snel afnemend vertrouwen van deelnemers in hun pensioenfonds. Tegelijkertijd plaatsen maatschappelijke, demografische en economische ontwikkelingen pensioenfondsbesturen voor dilemma’s in de besluitvorming en de uitvoering van hun beleid.

Beslissingen zoals gezegd met een ongebruikelijk lange tijdshorizon; het zijn dus beslissingen met vaak onzekere uitkomsten. Bovendien spelen bij de besluitvorming vaak conflicterende belangen binnen het pensioenfonds een rol; tussen de actieve deelnemers, slapers en gepensioneerden. Ook zijn er conflicterende belangen met die van de werkgever en van de samenleving als geheel. Aan de hand van herkenbare en aanprekende dilemma’s komt het rapport met een routekaart voor besluitvorming bij dilemma’s en de verantwoording van die besluitvorming.

De werkgroep heeft zich dus gericht op het spanningsveld waarin besturen zich bevinden. Daarmee de discussie over de toekomst van het pensioensysteem niet vanuit een technische optiek (beleggingen, methodes van omgang met generaties, etc.) bezien maar vanuit de verantwoordelijkheden van pensioenfondsbesturen.

Wil Reinier hartelijk danken voor de gelegenheid dat ik het rapport onder jullie aandacht kan brengen. Voel je vrij het rapport te downloaden en te verspreiden.

Hartelijke groet,

Coen van Dedem
Secretaris van de werkgroep integriteit pensioenfondsen

Bovenberg pleit voor hervormingen pensioenstelsel

Het tijdschrift TPEdigitaal heeft een themanummer gewijd aan het afscheid van CPB-directeur Coen Teulings. Lans Bovenberg, hoogleraar Algemene Economie, levert daarin een bijdrage waarin hij pleit voor verdergaande hervorming in het aanvullende pensioenstelsel. Om zo de eigendomsrechten op risicovolle pensioenen nog beter te borgen en het aanvullende pensioenstelsel dichter te brengen bij de door Teulinngs bepleitte ‘generatierekeningen’. Je vindt de publicatie hier.

Complex systems applied to risk appetite in ERM

Servaas Houben AAG heeft voor Actuarieel Podium een Nederlands commentaar geschreven op de Engelse publicatie: “A review of the use of complex systems applied to risk appetite and emerging risks in ERM practice” Servaas schetst de context, geeft een bondige samenvatting en de conclusies.

Over Servaas Houben
Servaas Houben, AAG-FIA, CFA, FRM leidt de CFA UK Economic capital interest group in Londen. Hij studeerde econometrie in Nederland en werkte daarna 4 jaar in de Nederlandse verzekeringswereld. Hierna, werkte hij in Dublin en Londen, voornamelijk op het gebied van Economisch kapitaal en Solvency II. Hij schrijft regelmatig voor actuariële magazines, CFA digest, en op zijn blog.

Over de publicatie
De publicatie is voor het eerst geplaatst in november 2011 en geschreven door N. Allen, N. Cantle, P. Godfrey, and Y. Yin. De volledige publicatie kun je vinden op: http://www.actuaries.org.uk/research-and-resources/documents/review-use-complex-systems-applied-risk-appetite-and-emerging-risks


Inleiding
Verzekeraars zullen in het nieuwe Solvency II raamwerk hun risico’s bepalen door middel van een economisch kapitaal model. Deze modellen beschrijven het gedrag van verschillende risico factoren en de interactie tussen deze factoren. Hieruit vloeit een kapitaalsvereiste voort die de verzekeraar in staat moet stellen om extreme scenario’s te overleven. Echter, de risico modellering vindt meestal plaats op basis van historische data reeksen waarbij verder nog enige expert judgement wordt toegevoegd. De historische data zijn erg bruikbaar: het confronteert mensen met de impact en omvang van risico’s uit het verleden waarvan ze zich wellicht niet bewust waren en zorgt voor een kwantitatieve onderbouwing van de kapitaalsvereiste. Echter, historische data zijn niet erg geschikt voor het analyseren van nieuwe risico’s, emerging risks. Dit artikel bespreekt verschillende modellen en beoordeelt ze op basis van specifieke criteria. Ook wordt een voorbeeld uitgewerkt hoe deze modellen toegepast kunnen worden in de verzekeringswereld.

Risk appetite
Onder de huidige regelgeving, Solvency I, speelt het inschatten van de gemiddelde verwachting van parameters zoals sterfte en rentestanden, een belangrijke rol binnen een verzekeringsbedrijf. Solvency II legt veel meer de nadruk op extreme scenario’s: de kapitaalsvereiste is gebaseerd op een nadelig 1-in-200 scenario en verzekeraars zijn vereist de robuustheid van hun beleid te testen door tal van scenario’s en stress testen door te rekenen. Naast deze kwantitatieve ontwikkelingen, is er ook op kwalitatief vlak de focus naar risico management verschoven doordat verzekeraars vereist zijn een risk appetite statement te definiëren met mitigerende acties voor verschillende negatieve scenario’s (bijvoorbeeld bij een lage solvabiliteits ratio).

Echter, ondanks de uitgebreide literatuur blijkt het lastig te zijn om een risk appetite daadwerkelijk te implementeren en toe te passen. Met name emerging risks zijn lastig te beheersen omdat ze onzeker en moeilijk te kwantificeren zijn, en er nog geen benchmark ontwikkeld is waaraan men zijn inschatting kan toetsen. Taleb’s “The Black Swan” houdt mensen een spiegel voor dat zij slecht zijn in het voorspellen van extreme uitkomsten zeker op de langere termijn. Echter, op de kortere termijn is het iets eenvoudiger om deze Black Swans waar te nemen. De auteurs gebruiken de analogie van biologische ontwikkelingen en evolutie theorie zoals die momenteel reeds in de ontwikkeling van antibiotica wordt toegepast, en hanteren dit in de verzekeringsbranche.

Systems science
Systems methodologie beschouwt de interactie tussen factoren als essentieel beginpunt om te doorgronden hoe een system zich gedraagt en ontwikkelt, en om onderliggende patronen bloot te leggen. Een complex adaptive system tracht mensen inzicht te geven in complexe systemen, waarbij feedback loops een belangrijke component zijn om de steeds veranderende omstandigheden mee te nemen. Omdat verzekeringsmaatschappijen ook rekening dienen te houden met allerlei factoren die met elkaar in verband staan, zijn de eerste stappen reeds gezet om deze methodiek bij verzekeraars toe te passen.

Aanwezige alternatieven
De ideale methodiek bestaat onder andere uit een geschikte combinatie van een kwantitatieve berekening van de risico’s, de beschikbaarheid van data, een snelle berekeningssnelheid, en secuurheid van de resultaten. De auteurs bespreken een wijd spectrum van complex system modellen en besluiten op basis van deze criteria dat Bayasian networks, fuzzy theory, concept mapping en phylogenetic analysis het beste van toepasing zijn voor de verzekeringsbranche.

Een toepassing in de verzekeringsbranche
Een concept map waarin verschillende factoren met elkaar in verband staan kan een goede methode zijn om mensen bewust te maken van alle mogelijke interacties. Een Bayasian network is erg geschikt omdat het zowel toekomstige inschattingen maakt als de huidige situatie analyseert. Verder kan dit netwerk geupdate worden met nieuwe informatie.

De auteurs ontwikkelen een matrix die de verbanden toont tussen risico’s (bijvoorbeeld: een recessie of veranderingen in wet- en regelgeving) en risico eigenschappen (bv: markt, krediet en operationeel risico). Vanuit deze matrix, creëren zij een tree waarin alle risico’s grafisch worden weergegeven. Daarna identificeren zij groepen risico’s die sterke verbanden met elkaar hebben, waaraan een algoritme wordt toegekend. Hieruit creëren zij een evolutionary tree die alle risico’s in kaart brengt, en een inschatting geeft van toekomstige scenario’s.

Conclusie
Mede door de econonomische crisis is het begrip risk appetite inmiddels een algemeen bekend concept binnen de verzekeringsbranche. Echter, een effectieve toepassing ervan in de praktijk blijkt nog een struikelblok te zijn, met name voor emerging risks. De auteurs ontleden risico’s op een onorthodoxe manier en bouwen voort op de ontwikkelingen binnen de biologie waarin de evolutie van soorten een centrale rol speelt. Deze methode is in staat om nieuwe informatie in de risico-analyse te verwerken en om de interactie tussen risico’s te beschrijven, hetgeen gebruikers in staat stelt inzicht te krijgen in toekomstige ontwikkeling van risico’s. Bayasian networks combineren bestaande informatie met nieuwe informatie en de auteurs concluderen dat deze methodiek momenteel het meest geschikt is voor de verzekeringsbranche.

IORP-Richtlijn nader bekeken

De IORP-richtlijn zal binnenkort worden herzien. Op dit moment wordt er een QIS uitgevoerd. Maar wat houdt deze richtlijn eigenlijk in en wat is de impact van een herziening. Tineke van Egdom, Actuarieel Consultant bij FTE, zocht het uit.

Ontstaan
In 2003 werd de Institution for Occupational Retirement Provision (IORP) richtlijn geïntroduceerd. De doelstelling van de IORP-Richtlijn is een regelgevend kader voor beroepspensioenfondsen in heel Europa te verstrekken. De Europese Commissie wilde hiermee o.a. grensoverschrijdende activiteiten bevorderen, vrije keuze van beleggingsbeheerders, veilige en efficiënte beleggingen en de interne markt bevorderen.

Huidige richtlijn
De huidige IORP-Richtlijn regelt een aantal zaken waaronder: kader voor toezicht op pensioenfondsen, kwalitatieve benadering beleggingsvoorschriften en mogelijkheid tot grensoverschrijdend deelnemerschap. De huidige IORP-Richtlijn verstrekt nationale Lidstaten heel wat vrijheid voor het bepalen van de nationale kwantitatieve en kwalitatieve vereisten voor pensioenfondsen. In Nederland worden de vereisten van de IORP-Richtlijn ingebed in de Nederlandse Wet van het Pensioen. Een deel van de Nederlandse Pensioenwet is de FtK- verordening (het Financiële Toetsingskader), die de kwantitatieve eisen ten aanzien van IORP voorschrijft.

De Europese Commissie is van mening dat de richtlijn niet werkt zoals verwacht – met name op het gebied van de grensoverschrijdende activiteiten – en er is een consultatieronde gestart in 2008.

Revisie IORP richtlijn
In Februari 2012, gaven de Europese Verzekering en de Beroeps Instantie van Pensioenen (EIOPA) de Europese Commissie een uitgebreid advies over de revisie van de IORP-Richtlijn, zowel betreffende kwalitatieve als kwantitatieve vereisten. De kwantitatieve vereisten die door EIOPA worden voorgesteld zijn vaak gebaseerd op het reeds bestaande Solvency II kader.

De Europese Commissie wil met de revisie van de richtlijn de volgende zaken bereiken:

  • Het vergemakkelijken van het opzetten van grensoverschrijdende activiteiten;
  • Opzetten van risico georiënteerd toezicht;
  • Opzetten prudent toezicht voor DC-regelingen;
  • Creëren van een ‘level playing field’ voor verzekeraars en pensioenfondsen.

Gevolgen Pensioenfondsen
De Europese Commissie is bereid om de kwantitatieve eisen ten aanzien van pensioenfondsen in heel Europa, zoals de eerdere geharmoniseerde supervisie op banken (Bazel III) en verzekeringsmaatschappijen (Solvency II) te harmoniseren. Er zal dus een Solvency II-achtig toezichtskader voor pensioenfondsen ontstaan

Pensioenfondsen zijn een ander soort instellingen dan verzekeringsmaatschappijen vanuit een bestuur perspectief. De pensioenfondsen hebben de capaciteit om risico-verlichtende instrumenten te gebruiken voor het aanpassen van de financiële positie van het fonds. Dit zijn bijvoorbeeld stuurmechanismen zoals hogere bijdragen en extra sponsorsteun en aanpassingsmechanismen zoals voorwaardelijke indexering. Volgens EIOPA zouden al deze unieke kenmerken van pensioenfondsen in de herziene Iorp- Richtlijn moeten worden opgenomen.

Europese harmonisatie
De harmonisatie van kwantitatieve vereisten is een complexe kwestie aangezien in heel Europa het beroepspensioenfonds aanzienlijk verschilt wegens de land-specifieke regelingen van het eerste-pijlerpensioen en de arbeidswetgeving. Een belangrijke kwestie betreffende de kwantitatieve eisen ten aanzien van pensioenfondsen moet de pensioenbelofte beschermen, die momenteel in heel Europa varieert. Aangezien de pensioensystemen, hun leiding en de aanpassingsinstrumenten in heel Europa beduidend variëren, is het moeilijk om verschillende pensioenfondsen van verschillende lidstaten met IORP te vergelijken. Om meer harmonisatie in heel Europa te verkrijgen, stelt EIOPA een harmonisatie van alle waardevaststellingsregels en een zogenaamde holistic balans voor. Hiermee kan met alle verschillende beleidsmiddelen van pensioenfondsen in heel Europa rekening gehouden worden.

Holistic Balance Sheet
Een holistic balance sheet is een uitbreiding van de traditionele balans. Naast de gebruikelijke activa en de aansprakelijkheden worden ook onbelangrijke en voorwaardelijke activa verklaard. De waarden van deze voorwaardelijke activa en aansprakelijkheden zijn contingent op de verordening van het pensioensysteem en zullen daarom in verschillende waarden tussen landen in Europa resulteren. Daarom kan met een holistic balans sheet een vollediger beeld van de financiële positie van een pensioenfonds worden gegeven dan met de traditionele balans.

Quantative Impact Study (QIS)
In zijn advies aan de Europese Commissie, zei EIOPA dat zijn advies voorwaardelijk is en op de resultaten van een QIS gebaseerd dienen te worden. Het doel van de QIS is:

  • Om alle stakeholders van informatie te voorzien over het effect;
  • Om kwantitatieve en kwalitatieve gegevens te verzamelen om de analyse van de verschillende beleidsopties (o.a. Holistic Balance Sheet) in de beoordeling van de EC te ondersteunen.

De eerste stap van de QIS is om de waardevaststelling van de diverse componenten van de holistic balans uit te laten voeren door alle deelnemers. Bij de tweede stap, wordt er aan IORP’s gevraagd om de berekening van het Solvency Capital Requirement (SCR) uit te voeren. De technische specificaties schrijven de risico’s voor die door IORP zouden moeten worden overwogen en hoe de hoofdlasten m.b.t. deze risico’s onder het standaardmodel moeten worden ondergebracht. De volgende risicomodules worden onderscheiden in de standaardformule: operationeel, markt, gezondheid, standaard, het risico van de pensioen aansprakelijkheid en ongrijpbare activa risico’s.

De QIS wordt momenteel uitgevoerd bij 9 Nederlandse pensioenfondsen. De QIS mag worden uitgevoerd door het fonds zelf, de toezichthouder of actuariële bureaus. De resultaten van de verschillende landen zullen bij elkaar genomen worden en beoordeeld door EIOPA. Hierna worden vervolg stappen vastgesteld.

Bronvermelding:
We hebben geput uit gesprekken met verschillende betrokkenen. Daarnaast hebben we gebruikt gemaakt van een tweetal publicaties, waaruit we ook stukken hebben geciteerd.

  • Netspar: Jurrre de Haan, Karin Janssen and Eduard Ponds: The Holistic Balance Sheet as the New Framework for European Pension Supervision. (2012-10)
  • Publicatie pensioenfederatie. IORP richtlijn door Ministerie van SZW. Charlotte Bernhard. (2011-11)