De tijd van rekensommetjes voorbij

RekensommenColumbus zeilde naar Indië om uiteindelijk America te ontdekken. De meeste actuarissen starten hun actuariaat opleiding vanwege de wiskundige insteek om er uiteindelijk achter te komen dat wiskunde steeds meer op de achtergrond verdwijnt. De opleidingsstructuur reflecteert die insteek: je begint als actuarieel rekenaar, daarna actuarieel analist, en pas dan bereik je het summum: actuaris. Rekenaar is kennelijk het amateurvoetbal van actuarissen. In verschillende interviews laten actuarissen het niet na om te benadrukken dat de tijd van rekensommetjes tijden achter hen ligt, en dat nu advies, risicomanagement, en strategie hun terreinen zijn.

Waar komt die schaamte voor rekenen vandaan?

Het klinkt natuurlijk erg verleidelijk: het actuariële vakgebied heeft zich ontwikkeld van een gezelschap introverte, bijna autistische mannen naar een extraverte, communicatief sterkte organisatie die midden in de samenleving staat. De tijd van Neanderthalers is voorbij, en de beschaving heeft zijn intrede gedaan. De actuariële verenigingen weerspiegelen dit: permanente educatie bijeenkomsten gaan zelden over wiskunde en modellen, en de actuariële bladen geven meer ruimte aan opinie dan aan technische analyse.

Dat is jammer. Het pure rekenwerk heeft namelijk een aspect wat een theoretische analyse niet meeneemt, het kan namelijk de onderliggende complexiteit blootleggen. Veel pensioenfondsen gaan er prat op dat zij een Asset Liability Management (ALM) studie verrichten en hun beleggingen hierdoor hedgen met hun verplichtingen. Een prachtig verhaal. Probleem was dat de meeste bestuurders zich niet hadden verdiept in de rekenmethodes, de onderliggende aannames, en de verbanden tussen de aannames. De meeste beleggingen, en hedges werkten hierdoor goed onder normale marktomstandigheden. Als er dingen erg mis gaan dan komen opeens allerlei andere aspecten op de voorgrond: onenigheden over de interpretatie van contracten bijvoorbeeld. ABP ondervond dit aan den lijve met hun investering in Merrill Lynch.

Juist het rekenwerk legt de kwetsbaarheid van aannames bloot. Een theoretisch correct verhaal, kan praktisch onmogelijk blijken omdat het teveel afhangt van aannames die niet kloppen of lastig zijn uit te leggen. Een “saai” pensioenfonds dat alleen in aandelen en obligaties belegt, had in 2008 nog weg kunnen komen met het excuus dat de markten erg tegenzaten. Een pensioenfonds dat zijn risico’s “goed had afgedekt” met derivaten en alternatieve beleggingen, had een lastiger verhaal toen zij moesten toegeven dat zij hun beleggingen eigenlijk ook niet snapten. Een eenvoudige blik in de wiskundige modellen van dat laatste fonds, had waarschijnlijk snel opgeleverd dat het te lastig was om te doorgronden, en hiermee ook uit te leggen en verantwoording over af te leggen.

Met de introductie van Solvency II heeft de actuariële professie een enorme stap gezet in het inschatten van risico’s. In plaats van prudentie als uitgangspunt te nemen, kijken wij nu naar extreme uitkomsten wat ons bewuster maakt wat er allemaal fout kan gaan als dingen echt tegenzitten. Zoals Keynes al zei:  “It is better to be roughly right than precisely wrong”. Echter, om risico’s goed in te schatten, en naar het publiek uit te leggen, hebben wij up-to-date kennis nodig van IT systemen en rekentechnieken en zal ook de ervaren actuaris zich opnieuw over de sommetjes moeten buigen.

Dit bericht werd geplaatst in Columns door Servaas Houben . Bookmark de permalink .

Over Servaas Houben

Servaas Houben, AAG-FIA, CFA, FRM studeerde econometrie in Nederland, en werkte vervolgens in Dublin, Londen en nu in Curaçao. Hij geeft vanuit zijn internationale ervaring zijn opinie over de ontwikkelingen op pensioen en verzekeringsgebied in Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *