Once upon a time in the West

Once-Upon-a-Time-in-the-WestHarmonica: “Your friends have a high mortality rate Frank.”
Once upon a time in the West
Toen in 2008 de kredietcrisis uitbrak, stelde Wouter Bos het Nederlandse publiek gerust dat het slechts om Amerikaanse hypotheken en banken ging, en dat er geen problemen waren te verwachten voor Nederlandse financiële instellingen. Dat was nogal een opmerkelijke uitspraak: iedereen die zich wel eens door een jaarverslag van een financiële instelling heeft geworsteld, komt snel tot de conclusie dat transparantie niet het eerste is waar een analist aan denkt. Een uitgebreid bestuursverslag dat meestal erop neer komt dat er aan ambitie geen gebrek bestaat, wordt gevolgd door talrijke tabellen, cijfers en voetnoten waarin meestal een algehele verhaallijn ontbreekt. Analisten klagen dan ook vaak dat het vergelijken van financiële instellingen een hels karwei is en vaak onmogelijk blijkt.

Nadat de crisis inmiddels ook in Nederland had huis gehouden, veranderde Bos zijn standpunt en was het adagium dat “politici vertrouwen moeten uitspreken in het belang van de consument en de markt”. En helaas is deze aanpak van pappen en nathouden geen uitzondering in de politiek die meestal wordt gekenmerkt door opportunisme en kortetermijn planning. Tel daarbij op dat Nederlandse politici erom berucht staan om zo min mogelijk standpunten in boeken of publicaties met het publiek te delen (Fortuyn was een van de weinigen en had daar eerder last dan nut van), en je eindigt met een type met-de-kennis-van-nu-volksvertegenwoordiger die heel gemakkelijk van mening verandert al naar gelang de publieke opinie. Want het is natuurlijk een stuk makkelijker om je mening bij te stellen dan om een uitgebreid boekwerk op jouw naam af te vallen…

Maar gelukkig ging een paar jaar geleden mijn hart wat sneller kloppen: alhoewel politieke partijen in Nederland meestal een onderzoeksinstelling hebben (zoals de Wiardi Beckman stichting), is het bedenkelijk hoeveel echte vernieuwing hiervan valt te verwachten vanwege de innige (financiële) banden met de moederpartij. Dat veranderde door de Edmund Burke stiching, een conservatief genootschap dat niet gekoppeld was aan politieke partijen mede omdat geen enkele partij zich in Nederland conservatief durft te noemen. Een ideaal platform om dus ongestoord nieuwe ideeën te ontwikkelen zonder onderhevig te zijn aan opinie peilingen en andere media hypes. Helaas, was de drang naar macht ook voor deze stichting te verleidelijk en toen ze zich eenmaal met de PVV verbonden had, regeerde de waan van de dag, en was het snel gedaan met de rust en vernieuwing. Tegenwoordig is het erg stil rond de eens zo ambitieuze stichting…

Ook voor het actuariaat is het nu heel erg aantrekkelijk om tegen de politiek aan te kleven, omdat het vakgebied zo in het nieuws is, en zowel politiek als consument om oplossingen schreeuwt. Echter, de politiek staat er erg om bekend om eerder voor de makkelijke oplossingen te gaan, dan om structurele oplossingen te implementeren die op de korte termijn pijnlijk kunnen zijn voor sommige groepen. Eeen extreem voorbeeld hiervan is dat nadat 3 van de grote vier Nederlandse banken met staatssteun gered moesten worden, dat er verrassend genoeg nog steeds geen beleid ontworpen is wat te doen als banken in problemen komen: de redding van SNS REAAL onderstreepte wederom dat de politiek deze harde keuzes liever vooruitschuift, wat in de praktijk erop neerkomt dat politici geneigd zullen zijn om voor een gemakkelijke staatssteun optie te gaan in plaats van hun politieke carriere te vervolgen met de bijnaam “de beul van bank X”.

Helaas houden de pensioen en verzekeringswereld zich vooral bezig met lange termijn planning, waarin huidige keuzes verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor toekomstige generaties, en dat levert een onmiddelijk spanning op met het kortetermijn denken van de meeste politici. Het is juist daarom dat er behoefte is aan een instituut (of genootschap?!) dat op pensioen en verzekeringsgebied met alternatieven voor de dag komt waarop niet iedereen zit te springen maar die wel alvast de zaadjes planten in de hoofden van onze toekomstige belissingsmakers. Met name pensioenfondsen hebben het laatste decennia te maken gehad met een hoge-pensioenregeling-sterftekans waarbij talrijke malen aanpassingen en overgangsmaatregelen nodig waren om de boel drijvende te houden, zonder de lange termijn overlevingskans van de overeenkomst te verbeteren.

In plaats van al deze korte termijn politiek, zou het actuariaat beter een voorbeeld kunnen nemen aan de film “Once Upon a Time in the West”. Toen deze uitkwam niet populair vanwege allerlei vernieuwingen waarvan men in de jaren 50 de wenkbrouwen fronste: acteurs die op muziek bewegen (als bij een opera), een onduidelijk verschil tussen goed en kwaad, en een vrouwelijke hoofdrolspeler die revanche neemt op haar echtgenoot (terwijl in de meeste oudere westerns, vrouwen eerder hulpeloze slachtoffers waren). Alhoewel de film een redelijk succes was in Europa, bleek de grote Amerikaanse markt aanvankelijk bijzonder afkerig van al deze vernieuwingen en leek de film al snel in de vergetelheid te geraken. Echter, het bleek dat de film zijn tijd ver vooruit was en het duurde maar liefst 3 decennia voordat de filmwereld het op waarde kon schatten, en met de kennis van nu lijken de westerns voor “Once Upon a Time” bijzonder gedateerd: pensioenregelingen kunnen ook de tand des tijds doorstaan, alleen moet de actuariële wereld haar inspiratie hiervoor niet bij de politiek zoeken, maar in plaats daarvan met nieuwe ideeën voor de dag komen. Dat gaat de politiek misschien niet leuk vinden, maar is wel hard nodig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *